Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3

Artikel 4

Persoonsgebonden budget

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Putten

1.. Behoudens het bepaalde in artikel 2.3.6, tweede en vijfde lid, van de wet verstrekt het college geen persoonsgebonden budget,voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de cliënt voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de ingekochte voorziening noodzakelijk was. 2.. De hoogte van een persoonsgebonden budget wordt bepaald aan de hand van de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate maatwerkvoorziening. 3.. De hoogte van een persoonsgebonden budget is toereikend om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorzieningen behoren, van derden te betrekken, en wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering. 4.. Het persoonsgebonden budget is niet hoger dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate maatwerkvoorziening. 5.. Indien mogelijk stelt het college de tarieven van een persoonsgebonden budget in het Besluit vast. 6.. Behoudens het bepaalde in de wet en in deze verordening bepaalt het college in beleidsregels onder welke voorwaarden de cliënt in aanmerking komt voor een persoonsgebonden budget.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel