**1..** Het college verleent uitstel van betaling indien haar ambtshalve
dan wel op basis van een gemotiveerd verzoek van belanghebbende
duidelijk is dat belanghebbende geen mogelijkheid heeft om
binnen de gestelde betalingstermijn tot algehele aflossing van
de vordering over te gaan.
**2..** Voor zover belanghebbende beschikt over aflossingscapaciteit
verbindt het college aan het verleende uitstel de voorwaarde dat
belanghebbende deze aflossingscapaciteit aanwendt ter aflossing
van de openstaande schuld.
**3..** Onverminderd het bepaalde in het tweede lid verbindt het
college, aan de verlening van (verder) uitstel de extra
voorwaarde dat belanghebbende indien hij over vermogen beschikt
dan wel komt te beschikken, dit vermogen - voor zover dit meer
bedraagt dan de voor hem geldende bijstandsnorm - aanwendt ter
aflossing van de openstaande schuld.
**4..** Bij de vaststelling of belanghebbende over vermogen beschikt als
bedoeld in het derde lid:
worden de vorderingen die het gevolg zijn van te veel
ontvangen uitkering buiten beschouwing gelaten; en
is het bepaalde in artikel 34, tweede lid, onder a en d
van Participatiewet van overeenkomstige toepassing.
**5..** Het uitstel wordt ingetrokken indien de belanghebbende de nader
overeengekomen aflossing niet nakomt.
HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 3.1
Artikel 11.
Uitstel van betaling
Onderdeel van Beleidsregels terug- en invordering Particpatiewet 2015