**1.** Het college stelt vast of een persoon behoort tot de doelgroep
loonkostensubsidie.
**2.** Hierbij neemt het college de volgende criteria in acht:
een persoon moet behoren tot de doelgroep zoals
omschreven in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de
P-wet en;
die persoon is niet in staat met voltijdse arbeid het
wettelijk minimumloon te verdienen, en
die persoon heeft mogelijkheden tot
arbeidsparticipatie.
**3.** De loonwaarde wordt bepaald aan de hand van een regionaal
overeengekomen methodiek.
**4.** De in het derde lid bedoelde methodiek wordt als bijlage dan wel
als addendum toegevoegd aan deze verordening.
**5.** Indien de regionale methodiek zoals bedoeld in het derde lid ten
tijde van de inwerkingtreding van deze verordening nog niet
vastgesteld is, dan wordt de loonwaarde, tot het moment dat dit
wel het geval is, bepaald aan de hand van een methodiek die
voldoet aan de eisen die worden gesteld in de algemene maatregel
van bestuur alsook aan de eisen van de ministeriële
regeling.
Paragraaf 2: › Paragraaf 2.3:
Artikel 9:
Vaststelling doelgroep loonkostensubsidie en loonwaarde
Onderdeel van Verzamelverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2015