Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Het gespreksverslag of ondersteuningsplan

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp 2015 Gemeente Opmeer

Lid 1 van dit artikel regelt dat bij een door het college in het gesprek geconstateerde wenselijkheid van een overige voorziening, dit duidelijk in het verslag wordt vermeld. Hierbij moet eveneens duidelijk worden aangegeven dat toeleiding naar alleen een overige voorziening tot gevolg heeft dat de (toeleidings-) procedure van het wijkteam stopt, omdat geen afgeronde aanvraag voor een individuele voorziening tot stand is gekomen. Derhalve zal ook geen gemeentelijke beschikking volgen. Dit zal naar verwachting niet tot problemen leiden, omdat een cliënt het in deze situatie eens is met de toeleiding en daarom geen behoefte zal hebben aan een bezwaarmogelijkheid (vanzelfsprekend onverminderd zijn klachtrecht). Indien de medewerker van het wijkteam en de jeugdige en zijn ouders een individuele voorziening wenselijk achten, is lid 2 van toepassing. Er wordt dan, tenzij dit vanwege de aard van de te verlenen hulp niet noodzakelijk is, een ondersteuningsplan opgesteld dat bij de feitelijke hulpverlening kan worden gebruikt. Zowel het gespreksverslag als het ondersteuningsplan dient conform lid 3 zo spoedig mogelijk na het gesprek te worden verstrekt. Het streven is hiervoor een termijn van tien werkdagen tussen gesprek en verslag te hanteren. Zodoende ontstaat snel duidelijkheid over de rest van het traject. Het later toevoegen van opmerkingen of het aanbrengen van wijzigingen of het herstellen van feitelijke onjuistheden wordt geregeld in lid 4 van dit artikel.

Rechtspraak bij dit artikel