**1..** Zo spoedig mogelijk na het overlijden van een raadslid, dan wel indien een raadslid het raadslidmaatschap binnen één jaar voor diens overlijden heeft beëindigd, wordt aan de weduwe of weduwnaar dan wel partner een bedrag uitgekeerd, gelijk aan 1/4 deel van de jaarvergoeding voor de werkzaamheden als raadslid op de dag van overlijden van het raadslid.
Indien de overledene geen weduwe of weduwnaar dan wel partner nalaat geschiedt de uitkering ten behoeve van de minderjarige wettige, natuurlijke en pleegkinderen.
Ontbreken ook zodanige kinderen dan geschiedt de uitkering, indien de overledene kostwinner was van ouders, meerderjarige kinderen, broers of zusters, ten behoeve van deze betrekkingen.
**2..** Indien de overledene geen betrekkingen als bedoeld in lid 1 nalaat, kan het daar bedoelde bedrag geheel of gedeeltelijk worden uitgekeerd voor de betaling van de kosten van de laatste ziekte en van de begrafenis of crematie, indien de nalatenschap daartoe ontoereikend is.