Naar hoofdinhoud
1.. Een aanvraag om een bijdrage wordt uiterlijk vóór 1 maart volgend op het kalenderjaar waarop de bijdrage betrekking heeft schriftelijk ingediend bij het college, door middel van een door het college vast te stellen aanvraagformulier, onder overlegging van inkomens- en vermogensgegevens van de aanvrager c.q. de leefeenheid en de relevante bewijsstukken als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder f. 2.. De aanvrager is verplicht inzage te verlenen in bescheiden die gegevens bevatten die, naar het oordeel van het college, van belang zijn bij de beoordeling van de aanvraag. 3.. Een mondeling verzoek om een bijdrage wordt ten behoeve van de aanvrager, met inachtneming van het bepaalde in het eerste en tweede lid, op schrift gesteld. 4.. Voor zover aan het hiervoor gestelde in het eerste, tweede en/of derde lid is voldaan, wordt op een aanvraag zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval binnen acht weken na de datum van ontvangst, door het college beslist. 5.. De beslissing van het college op de aanvraag wordt schriftelijk en met inachtneming van de desbetreffende bepalingen van de Awb aan de aanvrager medegedeeld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel