Naar hoofdinhoud
1.. De verlaging van de bijstandsnorm of de toeslag als bedoeld in artikel 27 van de wet bedraagt: 20% van de bijstandsnorm als bedoeld in artikel 21, aanhef, sub c van de wet indien de alleenstaande, de alleenstaande ouder of de gehuwde lagere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan heeft, dan waarin de bijstandsnorm of de toeslag voorziet, als gevolg van de bewoning van een woning waaraan geen woonlasten zijn verbonden; 10% van de bijstandsnorm als bedoeld in artikel 21, aanhef, sub c van de wet indien geen woning wordt aangehouden. 2.. De in het eerste lid bedoelde verlaging vindt bij voorrang plaats op de toeslag als bedoeld in artikel 3.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel