Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4 -

Artikel 8.

Afwegingsfactoren

Onderdeel van Nadere regels jeugdhulp Purmerend 2015

1.. Het college hanteert bij de beoordeling welke individuele voorziening noodzakelijk is de volgende algemene afwegingsfactoren rondom eigen verantwoordelijkheid en eigen mogelijkheden van jeugdigen en ouders: Het college houdt rekening met de eigen verantwoordelijkheid en de mogelijkheden van de jeugdige en zijn omgeving. De mogelijkheden die zich bij de jeugdige, zijn gezin of in de naaste omgeving van het gezin bevinden, worden waar mogelijk ingezet. Vervolgens wordt er bekeken welke behoefte aan ondersteuning daarna nog bestaat en welke individuele voorziening daarbij passend is. Tot de eigen verantwoordelijkheid behoort de normale, dagelijkse zorg die ouders en inwonende kinderen of andere huisgenoten, geacht worden elkaar onderling te bieden. Voor kinderen geldt dat er een bandbreedte is in het normale ontwikkelingsprofiel. Die verloopt voor ieder kind anders, tussen kinderen van dezelfde leeftijd kan de omvang van de zorg dan ook verschillen. Richtlijnen ten aanzien van gebruikelijke zorg van ouders voor kinderen met een normaal ontwikkelingsprofiel in verschillende levensfasen van het kind zijn opgenomen in bijlage 1. Gebruikelijke zorg bij kinderen is voor elk gezin verschillend en kan daarom ook activiteiten omvatten die niet standaard bij alle kinderen voorkomen. Van bovengebruikelijke zorg bij kinderen in chronische situaties is pas sprake wanneer de omvang van de zorg, gelet op de leeftijd van het kind, de aard van de zorghandelingen, de frequentie van die handelingen en de omvang van de daarmee gemoeide tijd uitgaat boven de zorg die een kind van dezelfde leeftijd zonder beperkingen redelijkerwijs nodig heeft. Gebruikelijke zorg bij kinderen omvat ook een geïntensiveerde zorgbehoefte als gevolg van een tijdelijk (gezondheids)probleem. Dit is het geval als sprake is van een zorgsituatie van maximaal drie maanden met uitzicht op herstel van het (gezondheids)probleem en de daarmee samenhangende zelfredzaamheid van de jeugdige. Het door de ouders aan het kind bieden van een beschermende woonomgeving wordt als gebruikelijke zorg aangemerkt, ook als er sprake is van een kind met een ziekte, aandoening of beperking. Bij het oordeel of ouders in staat zijn de gebruikelijke zorg te leveren wordt rekening gehouden met: bij de ouder(s) aanwezige geobjectiveerde beperkingen en/of het ontbreken van kennis/vaardigheden om gebruikelijke zorg ten behoeve van de jeugdige uit te voeren en deze vaardigheden ook niet aan te leren zijn; (dreigende) overbelasting van de ouder(s), totdat deze (dreigende) overbelasting is opgeheven. Daarbij geldt dat, wanneer er voor de ouder eigen mogelijkheden en/of andere voorzieningen zijn om de (dreigende) overbelasting op te heffen deze eigen mogelijkheden en/of andere voorzieningen hiertoe dienen te worden aangewend. Voor zover de (dreigende) overbelasting wordt veroorzaakt door maatschappelijke activiteiten buiten de gebruikelijke persoonlijke verzorging, wel of niet in combinatie met een fulltime school- of werkweek, gaat het verlenen van gebruikelijke persoonlijke verzorging voor op die maatschappelijke activiteiten. Voor zover de jeugdige zich in de terminale levensfase bevindt, wordt geen gebruikelijke persoonlijke verzorging verwacht van een ouder. Voor zover het kind van 12 jaar of ouder geen Persoonlijke Verzorging wil ontvangen van de ouder wordt geen bijdrage verwacht van de ouder. 3.. De inhoud en de omvang van de zorg die wordt verstrekt, wordt mede bepaald door de stand van de wetenschap en praktijk en, bij het ontbreken van een zodanige maatstaf, door hetgeen in het betrokken vakgebied geldt als verantwoorde en adequate zorg en diensten. Het college baseert zich bij de beoordeling hiervan o.a. op de Database Effectieve Jeugdzorg en de overzichten die door het Zorginstituut Nederland worden opgesteld om te bepalen welke behandelingen voldoende bewezen zijn om onder de geboden zorg te vallen.

Rechtspraak bij dit artikel