Het college kent in ieder geval een individuele voorziening toe indien en voor zover in een voor akkoord getekend verslag vastgesteld is dat:
een individuele voorziening aangewezen is gezien de aard en ernst van de hulpvraag;
de jeugdige op eigen kracht of met zijn ouders of andere personen uit zijn naaste omgeving geen oplossing voor zijn hulpvraag kan vinden;
een overige voorziening niet adequaat is voor de oplossing van de hulpvraag;
de jeugdige of de ouders geen aanspraak kunnen maken op een andere voorziening om de hulpvraag te beantwoorden.
HOOFDSTUK 4 -
Artikel 9.
Criteria individuele voorzieningen
Onderdeel van Nadere regels jeugdhulp Purmerend 2015