Het resultaat van het uitvoeringsplan moet opleveren dat duidelijk wordt welke keuzemogelijkheden qua voorzieningen/accommodaties in de kernen afzonderlijk en als gemeente in zijn geheel wenselijk, realiseerbaar en verdedigbaar zijn.. In deze ontwikkeling moeten bewoners, vrijwilligersorganisaties en professionele organisaties een rol spelen. Zowel in de verkennende als in de uitvoeringsfase. Met een gemeentelijke organisatie in een sturende, stimulerende, voorwaardenscheppende en toetsende rol.
Het beoogde resultaat zal via 3 fasen verlopen:
Fase 1 verkennen.
De bestaande informatie als verkregen uit de ingezette trajecten Huizen van de Buurt, Kernpunten en het rapport van Vitri (inventarisatie accommodaties 2011) wordt aangevuld met specifieke informatie over de cultuur in een dorp. Waar drinkt men koffie in Kesteren, hoe word je oud in Ochten, wat is er voor jongeren te doen in Dodewaard, waar winkel je in Opheusden, kan ik tennissen in Echteld of voetballen in Ijzendoorn. Zijn deze voorzieningen toegankelijk voor mensen met een beperking?
In elke dorp worden succesvolle activiteiten georganiseerd. Wat zijn de succesfactoren, wat zijn knelpunten, waardoor zijn mensen gemotiveerd om mee te doen aan activiteiten of vrijwilligerswerk te verrichten. Welke vereniging vindt in een oogwenk meer vrijwilligers dan ze nodig hebben? Welke activiteit is onlosmakelijk verbonden aan een dorp? Deze succesverhalen die typerend zijn voor ieder dorp apart, vertellen iets over de ziel van een dorp. De succesverhalen zijn van de hele dwarsdoorsnede van het dorp: jong&oud, vrouwen&mannen, Betuwnaar & nieuwkomer.
Het resultaat is antwoord op de volgende vragen:
Welke gebouwen in het dorp hebben betrekking op maatschappelijke activiteiten?
Welke partijen zijn de kernpartijen rondom maatschappelijke activiteiten?
Welke toekomstplannen hebben de betreffende partijen?
Sluiten het gemeentelijke beleid en subsidies aan op prioriteiten van de inwoners?
Zijn of komen er panden vrij die betere huisvesting kunnen bieden?
Is een relatie met commerciële activiteiten zinvol?
Deze verkenning raadpleegt zoveel mogelijk partijen om tot een dorpsplan te komen.
Scholen, bibliotheken, verenigingen, stichtingen, woningcorporaties, zorgpartijen en commerciële partijen kunnen bijvoorbeeld een rol spelen. Vaak zijn ook veel partijen nodig om in gezamenlijkheid exploitaties kostendekkend te kunnen krijgen.
Resultaat van de stap is: overeenstemming en erkenning over de huidige situatie en verbinding met
de visie en mogelijke concrete uitvoering. Het gezamenlijk ontwikkelen van scenario's leidt tot draagvlak binnen de samenleving en het maatschappelijk veld voor de uitvoering.
Fase 2 Verbinden
De succesfactoren en vraagstukken worden verfijnd. Hoe verhouden de bewoners zich tot die voorzieningen? Hoe verhouden de accommodaties zich tot elkaar en andere voorzieningen? Maakt het uit of deze door de gemeente geëxploiteerd wordt, door een commerciële partij of door vrijwilligers?
Het resultaat is duidelijkheid welke dorpsaccommodaties de meeste vitale verbindingen heeft of kan krijgen. Ook is duidelijk geworden welke bewoners en organisaties zich willen inzetten voor het behoud en verbetering van deze accommodaties.
Fase 3 Veranderen
Met de partners wordt een uitvoeringsplan opgesteld. In deze werkvorm schuiven de actieve bewoners en besturen van verenigingen en dorpsaccommodaties aan tafel met de gemeente. Met als doel te komen tot een specifiek plan voor het moderniseren van dorpsvoorzieningen met inzet vanuit de dorpen zelf. Elk dorp kiest zelf zijn aanpak en vorm van het plan, als de uitkomsten maar leiden tot een overzicht van de gewenste functies en houdbare activiteiten binnen het (inhoudelijk) gemeentelijk beleid.
Op basis van de beleidskaders wordt er samen met de betrokkenen gewerkt aan:
Definiëren van een concreet uitvoeringsplan;
Inzicht in de kosten en dekkingsmogelijkheden van het concrete uitvoeringsplan;
Richtlijnen / afwegingskader voor het beheer en de organisatie van de accommodaties;
Het zo doelmatig mogelijk huisvesten van activiteiten;
Uitvoeringsplanning.
Resultaat van de stap is: een concreet uitvoeringsplan in een dorp.
Uitvoeringsplan dorp Dodewaard
Voor de verschillende projecten wordt een tijdsplanning opgesteld. Prioritering is hierbij van belang omdat niet alle projecten tegelijkertijd kunnen worden opgepakt. De gemeente maakt voor 2014 de keuze om eerst te investeren in de dorpsaccommodaties van Dodewaard. Dit dorp bevindt zich in een situatie waardoor maatregelen niet kan wachten op het afronden van een dorpsplan. Daarbij wordt al voorgesorteerd op het beleidskader als verwoord in dit uitvoeringsplan.
Er is al in samenspraak met het dorpshuisbestuur, bewoners en vrijwilligersorganisaties een start gemaakt met een aantal mogelijk realiseerbare scenario’s. Met als kernvraag: “wat houden wij als dorpsgemeenschap, waarom en hoe in stand. Huidige accommodatievraagstukken in Dodewaard:
het dorpshuis
de bibliotheek
jongerencentrum de Meeting
kantine sporthal De Eng
In de bijlage I zijn verkende mogelijke scenario’s opgenomen. Deze zijn het vertrekpunt voor een daadwerkelijke uitvoering. Belangrijke uitdagingen zijn het terughalen van verenigingen, het opbouwen van een netwerk van actieve vrijwilligers, uitvoeren van noodzakelijk onderhoud, het inbedden van gemeentelijke doelen in de bedrijfsvoering en een kostendekkende exploitatie.
Planning
Nadat de raad met dit uitvoeringsplan heeft ingestemd, starten de fasen.
Dorp
Start en afronding Fasen
Streefjaar Concrete Uitvoering
Dodewaard
3e en 4e kwartaal 2014
2015
Kesteren
1e kwartaal 2015
2015
Ochten
2e en 3e kwartaal 2015
2016
Opheusden
3e en 4e kwartaal 2015
2016
Ijzendoorn
1e kwartaal 2016
2017
Echteld
2e kwartaal 2016
2017
Mocht een dorp zelf snel initiatief nemen en met concrete dorpsvoorzieningenplan komen, zullen wij in overweging nemen dit dorpsinitiatief te ondersteunen en de planning daarop aan te passen.
In gemeentelijk eigendom zijnde dorpsvoorzieningen
De gemeente heeft accommodaties in eigendom in de categorieën Sport, Jeugd & Jongeren en Cultuur. Sommige gebouwen worden beheerd door de gemeente organisatie zelf, anderen worden geëxploiteerd door vrijwilligersbesturen en anderen zijn weer verhuurd aan commerciële uitbaters (zoals de sportkantines). Er is een groot verschil in exploitatie, subsidiëring, huurtarieven en eigendom van gemeentelijke accommodaties voor welzijn, sport en onderwijs. Huidige afspraken verschillen per dorpshuis, jongerenhuisvesting of zelfs per gebruiker. In gevallen is sprake van indirecte subsidiering door gemeentelijke inzet van personeel, het verzorgen van onderhoud en/of het financieren van investeringen in groot onderhoud. Daar komt bij dat een groei is te verwachten van jongeren en ouderen, wat een veranderde vraag betekent.
In het jaar 2013 zijn de verhuur en onderhoudswerkzaamheden van gemeentelijke accommodaties geautomatiseerd. In het verlengde hiervan en de sturende rol van de gemeente wordt de mogelijkheid verkend om de gemeentelijke accommodaties op afstand te plaatsen. Dit proces moet in 2015 zijn uitgevoerd. Met als doelen:
Realisatie van de clustering van accommodaties in multifunctionele accommodaties (clustering van accommodaties wil zeggen samenwerking tussen diverse complementaire Locaties. En niet een concentratie tot één complex);
Een bedrijfsmatige organisatie en exploitatie van de gemeentelijke accommodaties;
(commerciële) investeerders moeten kunnen participeren in realisatie, exploitatie en beheer van de accommodaties;
de gemeente houdt toezicht op het behalen van de maatschappelijke doelstellingen uit het huidige (en toekomstige) collegeprogramma(‘s). Daarbij denken wij aan:
leer-werk trajecten
maatschappelijke activering en participatie
actieve deelname aan ontmoeting en recreatie
vergroten van ontwikkelingskansen
versterken ontmoetingsfunctie wijken/dorpen t.b.v. sociale integratie en leefbaarheid.
Harmonisatie van de huurtarieven
Nu gelden verschillende tarieven voor gebruik van welzijnsorganisaties. Ook zijn de tarieven al jarenlang hetzelfde terwijl de kosten wel stijgen. Tot slot geldt dat bij de huur van accommodaties voor bepaalde activiteiten de huurkosten 100 % subsidiabel zijn. Zijn dit nog wel de activiteiten die passen bij de sociale visie? Deze vragen raken ook het welzijn – en subsidiebeleid.
In de bijlage II is een overzicht opgenomen van gemeentelijke eigendommen. Onderverdeeld in de categorieën Sport, Jeugd & Jongeren en Cultuur.
Welzijn- en subsidiebeleid
Als onlosmakelijk onderdeel van een goed gefundeerd accommodatiebeleid, is een nieuwe heldere en transparant welzijnsbeleid en de daaraan gekoppelde subsidieverordening, nodig. Dit om in de toekomst verantwoord en eerlijk besluiten te nemen over onderwerpen als harmonisatie huurbeleid, samenwerking tussen structureel gesubsidieerde vrijwilligersorganisaties en publiek- private samenwerking. Wij pakken de herijking van het welzijn –en subsidiebeleid parallel op aan dit uitvoeringsplan accommodatiebeleid. Het welzijn – en subsidiebeleid is onlosmakelijk verbonden met de transities in het sociaal domein. Onze gemeente is al actief met de Kernpunten als een specifieke dienstverlening voor de transities. Het welzijn – en subsidiebeleid draagt hieraan bij door projecten in de lijn van de transities te ontwikkelen gericht op samenwerken en ontschotting en het bevorderen van eigen kracht en zelfredzaamheid.
Jeugdsozen, dorpshuizen, sportcafés, het zijn bij uitstek accommodaties waar sociaal culturele activiteiten plaatsvinden. Activiteiten gericht op dorpsbewoners om elkaar te ontmoeten, samen te zijn, te recreëren, dichtbij huis cultuur op te snuiven, deel te nemen aan vorming en educatie.
Het verbinden van sociaal-maatschappelijke doelen aan de combinatie dorp en accommodaties heeft onze aandacht. Het is de combinatie waarbinnen de functies en activiteiten plaatsvinden, waarbinnen kennis wordt opgebouwd over doelgroepen, dorpscultuur, uitstraling, sleutelfiguren. De leefbaarheid van dorpen hangt sterk samen met de veerkracht van inwoners en hun inzet voor de samenleving. Wij willen deze ontwikkeling in de komende jaren ondersteunen en promoten. Onderdeel daarvan is dat wij burgerinitiatieven met elkaar in contact willen brengen, omdat zij veel inspiratie aan elkaar kunnen ontlenen.
In 2013 is een start gemaakt met de herijking van het subsidiebeleid. Essentie van de wijzigingen is subsidie in te zetten als middel om maatschappelijke effecten te realiseren. Met ingang van het subsidiejaar 2015 zal nadrukkelijker verband moeten worden aangetoond tussen de geplande activiteiten van de instellingen en het gemeentelijke vastgesteld beleid. Daaraan zal bij de subsidieramingen worden getoetst. Bij de herziening wordt een onderscheid gemaakt in de maatschappelijke effecten: meedoen (participatie), gezondheid, Talentontwikkeling (opvoed-, opgroei- en leerklimaat), samenwerking en leefbaarheid in de dorpen. Dit zijn de vastgestelde maatschappelijke effecten als opgenomen in het LSP en het Wmo beleidsplan 2013 – 2016.
Wat we precies willen doen en hoe, wordt opgenomen in de nota welzijn – en subsidiebeleid. Deze wordt in uiterlijk in het 3e kwartaal 2014 aan de raad ter besluitvorming aangeboden.
Financiële paragraaf
Modernisering van de dorpsaccommodaties vraagt om investeringen. Dit kan zijn middelen voor (groot / klein) onderhoud, renovatie, aanbouw of mogelijk zelfs nieuwbouw. Voor gemeentelijke accommodaties geldt dat er middelen voor onderhoud in de begroting zijn opgenomen. Verondersteld wordt dat dorpsaccommodaties in particulier eigendom, eigen onderhoudsfondsen kennen. Echter het is vrij aannemelijk dat de gewenste uitvoeringsplannen betekenen dat er meer middelen nodig zijn dan in de begroting voorzien aan onderhoud.
Het dorpsvoorzieningenplan is het vertrekpunt van de daadwerkelijke realisatie van de modernisering. Op basis daarvan wordt een voorlopig programma van eisen en een concept begroting opgesteld. Medefinanciering is een beginsel voor het realiseren van de uitvoeringsplannen. Wij stellen voor om voor de concrete uitvoeringsplannen middelen ter beschikking gesteld die meehelpen aan het realiseren hiervan. Daarbij is een koppeling tussen investering en een duurzame exploitatie een voorwaarde.
Gezien onze budgettaire schaarste, kan gezocht worden naar alternatieve manieren om de nodige investeringen ook daadwerkelijk te kunnen financieren. Hierbij kan worden gedacht aan het volgende mogelijkheden:
Inzet van provinciale stimuleringssubsidies.
Vooral de Subsidie “Leefbaarheid en gemeenschapsvoorzieningen” als onderdeel van de Regeling Vitaal Gelderland. De subsidie is bedoeld voor:
het versterken van duurzame exploitatie van gemeenschapsvoorzieningen;
het creëren van samenhang van functies en voorzieningen;
het versterken van zelf organiserend vermogen;
het investeren in gemeenschapsvoorzieningen of de ontmoetingsplek.
Daarnaast is er vanuit het Ministerie Economische Zaken het initiatief Plattelandsontwikkelingsprogramma in Gelderland. Met als doel de verbetering van de leefbaarheid op het platteland.
Cofinanciering door partners die ook belang hebben bij een adequaat accommodatieniveau, zoals de woningcorporaties en commerciële partijen. Te denken valt aan bijvoorbeeld een boekenzaak die samen met de bibliotheek optrekt.
Inzet van gelden die gereserveerd zijn voor relevante in gemeentelijk eigendom zijnde accommodaties, zoals onderhoudsgelden en renovatiegelden.
Inbreng van partijen die momenteel eigenaar zijn van maatschappelijke accommodaties, zoals dorpshuisstichtingen en sportverenigingen.
Koppeling van woningbouw aan maatschappelijke accommodaties. Als verwoord in onze Woonvisie 2011 – 2016.
Het dorpsvoorzieningenplan is het vertrekpunt van de daadwerkelijke realisatie. Op basis hiervan wordt een programma van eisen en een begroting opgesteld door de uitvoerende partners. Medefinanciering is een voorwaarde voor het realiseren van de uitvoeringsplannen. Daarbij is een koppeling tussen investering en een duurzame exploitatie een voorwaarde. Tot consensus is bereikt over een dorpsvoorzieningenplan zal er sprake blijven van terughoudendheid voor het toekennen van subsidies voor modernisering van accommodaties.
Voor de uitvoering van de dorpsplannen geldt een krediet van 25 % van de kosten van modernisering tot een maximum van € 25.000, - . Alleen voor de dorpsvoorzieningplannen met een centrale rol van een dorpshuis die door vrijwilligers(organisaties) wordt geëxploiteerd geldt de koppeling niet. Dit is in lijn met het subsidiebeleid waar een uitzonderingspositie is gemaakt voor de dorpshuizen in Echteld en Kesteren. Voor deze dorpshuizen geldt het totaal budget ad maximaal € 25.000,- op basis van een concreet plan. Het totale budget ad € 150.000, - voor de 6 dorpen wordt conform de planning gespreid over de jaren 2015 t/m 2017.
Dorp
Budget maximaal
Streefjaar uitvoering
Dodewaard
€ 25.000,- (koppelsubsidie)
2015
Kesteren
€ 25.000,-
2015
Ochten
€ 25.000,- (koppelsubsidie)
2016
Opheusden
€ 25.000,- (koppelsubsidie)
2016
Ijzendoorn
€ 25.000,- (koppelsubsidie)
2017
Echteld
€ 25.000,-
2017
Planning
Wat
Wanneer
Resultaat
Streefjaar Uitvoering
Verkenning overdragen van eigendom en beheer gemeentelijke accommodaties aan een beheersstichting
2014 en 2015
Rapport 2e kwartaal 2015
Rapport inhoudelijke en financiële gevolgen en voor- en nadelen. Basisdocument voor besluitvorming.
Uitvoering fasen Dodewaard
4e kwartaal 2014
Dorpsvoorzieningenplan
2015
Uitvoering fasen Kesteren
1e kwartaal 2015
Dorpsvoorzieningenplan
2015
Uitvoering fasen Ochten
2e en 3e kwartaal 2015
Dorpsvoorzieningenplan
2016
Uitvoering fasen Opheusden
3e en 4e kwartaal 2015
Dorpsvoorzieningenplan
2016
Uitvoering fasen Ijzendoorn
1e kwartaal 2016
Dorpsvoorzieningenplan
2017
Uitvoering fasen Echteld
2e kwartaal 2016
Dorpsvoorzieningenplan
2017
Mocht een dorp zelf snel initiatief nemen en met concrete dorpsvoorzieningenplan komen, zullen wij in overweging nemen dit dorpsinitiatief te ondersteunen en de planning daarop aan te passen.
Artikel 3
Uitvoeringsprogramma.
Onderdeel van Uitvoeringsplan accommodatiebeleid Gemeente Neder Betuwe 2014 – 2018