1.. De heffing als bedoeld in artikel 3 wordt geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel;

2.. Voor de berekening van de heffing wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt;

3.. De maatstaven en tarieven als bedoeld in lid 1 worden vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders bij openbaar te maken besluit.