**1..** Bij verkoop of vererving van de woning, en indien het gehuwden betreft bij vererving naoverlijden van de langstlevende echtgenoot, wordt het nog niet afgeloste deel van degeldlening, alsmede de op grond van artikel 3:4 derde en vierde lid, bijgeschreven rente,terstond afgelost.
**2..** Bij verkoop van de woning kan het college wegens bijzondere omstandigheden van medischeof sociale aard van belanghebbende dan wel wegens werkaanvaarding elders doorbelanghebbende, na toepassing van het eerste lid, besluiten tot het verlenen van een nieuwegeldlening eveneens onder verband van een krediethypotheek voor de aankoop van eenandere woning, tot ten hoogste het bedrag van de ingevolge het eerste lid afgelostegeldlening, onder voorwaarde dat belanghebbende het na aflossing vrijgekomen vermogenmet inbegrip van het in het derde lid bedoelde bedrag volledig inzet voor de aankoop van deandere woning.
**3..** Bij verkoop van de woning tegen een prijs overeenkomstig de waarde in het economischverkeer bij vrije oplevering komt, voor zover de opbrengst daartoe toereikend is, aanbelanghebbende in ieder geval het bedrag toe dat op grond van artikel 34 tweede lid onder dvan de participatiewet, bij de vaststelling van de geldlening op de waarde van de woning inmindering is gebracht.
**4..** Indien bij verkoop van de woning op basis van de waarde in het economisch verkeer bij vrijeoplevering het voor de afrekening beschikbare bedrag lager is dan het resterende bedrag vande geldlening en van de rentevordering, wordt het verschil kwijtgescholden.