Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3:

Artikel 3:3

– Hoogte aflossing

Onderdeel van Beleidsregels Krediethypotheek

1.. Bij een inkomen gelijk aan de toepasselijke bijstandsnorm, wordt geen aflossing geëist. 2.. Bij een inkomen boven de toepasselijke bijstandsnorm wordt de hoogte van hetaflossingsbedrag individueel bepaald door het maken van een draagkrachtberekening. 3.. Het maandbedrag van de aflossing wordt telkens voor een periode van een jaar vastgesteld,maar kan wegens gewijzigde financiële omstandigheden altijd tussentijds worden herzien. 4.. Bij verkoop van de woning dient de vordering ineens te worden voldaan met de opbrengst vande verkoop. Het eventuele restant van de vordering wordt dan buiten invordering gesteld. 5.. Eventueel uitstel van betaling zal bij voorrang plaatsvinden op de aflossing en pas in tweedeinstantie op de te betalen rente.

Rechtspraak bij dit artikel