**1..** De afdelingsmanager / proceseigenaar geeft integraal leiding aan de onder hem ressorterende afdeling en is uit dien hoofde verantwoordelijk voor:
alle rechtspositionele beslissingen over aangelegenheden die aan hem zijn gemandateerd.
De afdelingsmanager / proceseigenaar houdt zich op de hoogte van ontwikkelingen op het werkterrein van de afdeling en draagt er zorg voor en ziet erop toe dat zijn medewerkers eveneens de ontwikkelingen blijven volgen.
dat specifieke taken, door het bestuur opgedragen aan diens afdeling, naar behoren worden en kunnen worden vervuld;
een goed functionerend afdelingsoverleg;
de ontwikkeling van medewerkers naar taakvolwassenheid.
**2..** De afdelingsmanager / proceseigenaar is verantwoordelijk voor:
de resultaten van het proces,
het initiatief voor evaluatie en herontwerp van het proces,
het bepalen welke andere betrokkenen verantwoordelijkheden krijgen in evaluatie, herontwerp en sturing in het proces.
een goede coördinatie tussen de processen waarvoor hij verantwoordelijkheid draagt, zowel voor de voorbereiding als voor de uitvoering, als voor de inhoudelijke advisering aan het college;
een goede taakverdeling tussen de medewerkers;
**3..** het houden van periodiek procesoverleg tussen de procesverantwoordelijken en de medewerkers die een bijdrage leveren aan een proces. Inhoudelijke advisering is de taak van de daarvoor aangestelde ambtenaar. Wanneer de afdelingsmanager / proceseigenaar en de medewerker van mening verschillen over een bepaalde aangelegenheid, is de visie van de afdelingsmanager / proceseigenaar bepalend. De visie van de medewerker komt in het advies tot uiting.
**4..** De afdelingsmanager / proceseigenaar:
ziet er op toe dat een ambtelijk advies alleen wordt aangebracht als de portefeuillehouder bij de voorbereiding van het ambtelijk advies actief is betrokken bij de inhoud en richting, de politiek-bestuurlijke kanten en de timing. De portefeuillehouder kent het aangebrachte ambtelijk advies. Dat wordt kenbaar gemaakt in het ambtelijke advies. Het portefeuille-overleg dient er mede voor om de betrokkenheid te borgen;
draagt zorg voor een zodanige advisering dat deskundige inbreng integraal is verzekerd en dat elk advies, zo mogelijk met alternatieven, volledig wordt voorgelegd aan het college;
indien een aangelegenheid tevens het taakgebied van één of meer afdelingen raakt of er coördinatiebehoeften of -mogelijkheden bestaan, ziet hij er op toe dat wordt overlegd met die andere afdelingen. Dit overleg moet bij voorkeur resulteren in een eensluidend advies. Zo dit absoluut niet mogelijk is, legt de manager van de primair verantwoordelijke afdeling de aangelegenheid aan de secretaris/directie ter bespreking voor;
toetst de voorstellen die bij het college worden ingediend voorts op:
- een heldere probleemstelling;
- integraliteit: de relatie met andere beleidsvelden, het collegeprogramma, de begroting, de strategische visie en de zogenoemde piofa-jc-aspecten (staat voor personele, informatie-, organisatie-, financiële, automatiserings-, juridische en communicatieaspecten);
- vermelding van politiek-bestuurlijk relevante keuzepunten;
- duidelijke formulering van het besluit van het college;
- een voorstel voor de interne en externe communicatie over het besluit.
**5..** De afdelingsmanager wordt bij afwezigheid vervangen door een door de directie aangewezen vervanger. Uitgangspunt daarbij is horizontale vervanging. Is deze vervanging niet geregeld of is ook de vervanger afwezig, dan neemt de directie de afdelingsmanager waar.