Het college maakt gebruik van de bevoegdheid tot:
het opschorten van het recht op bijstand ingevolge artikel 40, derde lid en artikel 54, eerste lidvan de Participatiewet, artikel 17 eerste lid en 17a eerste lid ingevolge de Wetinkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers(IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezenzelfstandige (IOAZ);
het herzien of intrekken van het toekenningsbesluit ingevolge artikel 54, derde en vierde lidParticipatiewet, artikel 17 derde en vierde lid en 17a vierde lid IOAW / IOAZ;
het terugvorderen en invorderen van onverschuldigd betaalde bijstand zoals neergelegd in deartikelen 58 tot en met 60 van de Participatiewet, 25 tot en met 30 IOAW/IOAZ, 44 tot en met47 van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004);
het opleggen van een schriftelijke waarschuwing ingevolge artikel 18a vierde lidParticipatiewet.