**1..** Opschorting van het recht op bijstand vindt plaats indien belanghebbende:
geen of onvoldoende bewijsstukken overlegt;
bewijsstukken niet of niet tijdig verstrekt en hem dit te verwijten valt;
anderszins onvoldoende medewerking verleent;
op een ander adres woont dan waaronder belanghebbende en/of het gezin staatingeschreven in de Gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA).
**2..** Geen opschorting vindt plaats indien:
het verzuim of de afwijking belanghebbende redelijkerwijs niet te verwijten valt;
de afwijking redelijkerwijs geen gevolgen kan hebben voor het recht op of de hoogte van de bijstand;
het college op grond van artikel 40, vierde lid Participatiewet daarvoor een dringendereden aanwezig acht.
HOOFDSTUK 2:
Artikel 2:1
– Opschorting van het recht op bijstand
Onderdeel van Beleidsregels Terugvordering 2015