Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2:

Artikel 2:6

– De hoogte en duur van de afstemming

Onderdeel van Verordening Afstemming en boete Participatiewet 2015

1.. De afstemming van het recht op bijstand bij gedragingen zoals deze in artikel 3:1 en 3:2 zijn omschreven is vastgesteld op: 30% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de eerste categorie; en 100% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de tweede categorie. 2.. De duur of de hoogte van een afstemming bedraagt bij het binnen twaalf maanden opnieuw schuldig maken aan een verwijtbare gedraging van dezelfde of hogere categorie: eerste categorie: bij eerste recidive 100% afstemming van de bijstandsnorm gedurende één maand. Bij de tweede en volgende recidive binnen twaalf maanden 100% van de uitkering gedurende twee maanden. tweede categorie: bij eerste recidive 100% afstemming van de bijstandsnorm voor de duur van twee maanden. Bij de tweede en volgende recidive binnen twaalf maanden 100% van de bijstandsnorm gedurende drie maanden. 3.. De recidive periode vangt aan op de dag nadat het eerste besluit tot afstemming bekend isgemaakt. Als eerste besluit wordt aangemerkt, elk besluit waar voorafgaand aan dit besluit in een periode van twaalf maanden geen sprake is geweest van een besluit tot afstemming. 4.. Indien een besluit tot afstemming wordt uitgevoerd, en ten gevolge van recidive in dezelfdeperiode een besluit tot afstemming uitgevoerd dient te worden wordt dit besluit uitgevoerd in aansluiting op de periode waarin het voorliggende besluit tot afstemming wordt uitgevoerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel