Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2:

Artikel 2:7

– Uitvoering, ingangsdatum en tijdvak afstemming

Onderdeel van Verordening Afstemming en boete Participatiewet 2015

1.. Het besluit tot afstemming van het recht op bijstand wordt uitgevoerd met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de afstemming per beschikking aan belanghebbende is meegedeeld. Daarbij wordt uitgegaan van de voor die maand geldende bijstandsnorm als omschreven in artikel 2:2, van deze verordening. Bij een aanvraag om bijstand wordt de afstemming met ingang van de ingangsdatum van de bijstand opgelegd, met inachtneming van het onder b. gestelde; Indien over de periode zoals bedoeld onder a. al een afstemming is toegepast, wordt de afstemming aansluitend op deze periode opgelegd, met inachtneming van het bepaalde onder b. De afstemming van het recht op bijstand wordt voor een bepaalde tijd opgelegd. 2.. In afwijking van het eerste lid kan de afstemming van het recht op bijstand met terugwerkendekracht worden opgelegd, voor zover de bijstand (inclusief de aanspraak op vakantiegeld) nog niet is uitbetaald. 3.. Indien een besluit tot afstemming van het recht op bijstand niet kan worden uitgevoerd omdat debijstand is beëindigd of ingetrokken, en waarbij het gestelde in het tweede lid niet mogelijk is, wordt dit besluit alsnog uitgevoerd indien de belanghebbende binnen twaalf maanden na de dagtekening van de beschikking waarin het besluit tot beëindiging of intrekking van de bijstand bekend is gemaakt, wederom een beroep doet op bijstand voor de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel