Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3:4

– Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voorafgaand aan de uitkering

Onderdeel van Verordening Afstemming en boete Participatiewet 2015

1.. Indien een belanghebbende in de periode maximaal één jaar voorafgaande aan de aanvraag om een uitkering een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan heeft betoond en mede als gevolg van deze gedraging een beroep op bijstand wordt gedaan, wordt bij de volgende gedragingen een afstemming toegepast van 100% van de bijstandsnorm gedurende één maand: a. het verwijtbaar verliezen of weigeren van algemeen geaccepteerde arbeid; b. het door eigen schuld of toedoen geen recht (meer) hebben op een voorliggende voorziening; c. het verwijtbaar verliezen van inkomsten. 2.. Bij de gedraging zoals bedoeld in het eerste lid, onderdeel a., en waarbij er geen sprake is van bijzondere omstandigheden, kan het college besluiten de duur van de afstemming te verlengen tot twee maanden. 3.. Indien een voorliggende voorziening wegens verrekening van een bestuurlijke boete in verband met herhaalde schending van de inlichtingenplicht niet tot uitbetaling komt, wordt dit als tekortschietende besef van verantwoordelijkheid aangemerkt en wordt een afstemming toegepast van 100% van de bijstandsnorm gedurende één maand. 4.. Indien een belanghebbende voorafgaand aan de bijstandsperiode een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan heeft betoond door onverantwoorde besteding van middelen, waaronder begrepen het doen van schenkingen, op een moment dat de noodzaak van bijstandsverlening aanwezig was en redelijkerwijs was te voorzien, stemt het college de afstemming af op de hoogte van het benadelingsbedrag. 5.. De verlaging wordt vastgesteld op: 20% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag tot en met € 1.000,-; 40% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 1.001,- tot en met € 2.000,-; 60% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 2.001,- tot en met € 4.000,-; 100% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedraggroter vanaf € 4.001,-. tot en met € 8.000,-; 100% van de bijstandsnorm gedurende twee maanden bij een benadelingsbedrag vanaf € 8.001,- plus één maand voor elke € 2.000,- waarmee het benadelingsbedrag boven € 8.000,- uitstijgt.

Rechtspraak bij dit artikel