Het college ziet af van het opleggen van een maatregel als:
elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt, of
de gedraging meer dan één jaar voor constatering daarvan door het college heeft plaatsgevonden.
Het college kan een maatregel afstemmen op de omstandigheden van de belanghebbende en diens mogelijkheden om middelen te verwerven als het daarvoor dringende redenen aanwezig acht.
Als het college afziet van het opleggen van een maatregel op grond van dringende redenen, wordt de belanghebbende hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld.
Hoofdstuk 1.
Artikel 3.