1.Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een
toelichting worden voorzien. Bij de vragen wordt aangegeven of schriftelijke of mondelinge
beantwoording wordt verlangd. Vragen die niet voldoen aan het hiervoor gestelde worden per
omgaande aan de indiener teruggestuurd.
2.De vragen worden bij de griffier ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig
mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en het college of de burgemeester
worden gebracht.
3.Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen 6 weken,
nadat de vragen zijn binnengekomen. Mondelinge beantwoording vindt plaats in de
eerstvolgende raadsvergadering. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen kan
plaatsvinden, stelt het verantwoordelijk lid van het college of de burgemeester de
vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt,
waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord.
4.De antwoorden van het college of de burgemeester worden door tussenkomst van de griffier
aan de leden van de raad toegezonden.
5.De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering en
bij mondelinge beantwoording in dezelfde raadsvergadering, na de behandeling van de op de
agenda voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen omtrent het door de
burgemeester of door het college gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist.
HOOFDSTUK 6
Artikel 38
Schriftelijke vragen
Onderdeel van Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad 2015