Naar hoofdinhoud
Bij de beoordeling van het recht op een individuele inkomenstoeslag stelt het college de mate vast waarin belanghebbende zich heeft ingespannen om op basis van zijn individuele omstandigheden, krachten en bekwaamheden tot inkomensverbetering te komen. Geen toeslag als bedoeld in art. 36 lid 1 t/m 6 wordt verstrekt als belanghebbende gedurende referteperiode geen of onvoldoende inspanningen heeft verricht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel