Naar hoofdinhoud
a). Geen toeslag als bedoeld in art. 36 lid 1 t/m 6 wordt verstrekt aan belanghebbende die naar het oordeel van het college binnen een periode van 6 maanden vanaf de peildatum zicht heeft op inkomensverbetering. b). Van zicht op inkomensverbetering is sprake indien belanghebbende in de periode van 6 maanden na de peildatum naar verwachting betaald werk zal worden aangeboden of zal verwerven met een hoger loon dan het wettelijk minimumloon. c). Er is geen zicht op inkomstenverbetering indien een belanghebbende gedurende de referteperiode van 36 maanden niet meer inkomsten uit of in verband met arbeid heeft ontvangen dan 15% van de gehuwdennorm per maand gedurende maximaal drie maanden en naar verwachting niet binnen 6 maanden betaald werk zal verwerven of aanvaarden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel