Burgers hebben spreekrecht. Zij kunnen voor maximaal vijf
minuten per persoon het woordvoeren in de
commissievergadering over op de agenda vermelde
onderwerpen.
Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit
tenminste vijf minuten voor deaanvang van de vergadering aan
de commissiegriffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres
entelefoonnummer en het onderwerp, waarover hij het woord
wil voeren.
De commissievoorzitter geeft het woord op volgorde van
aanmelding. Decommissievoorzitter kan van de volgorde
afwijken, indien dit in het belang is van de orde vande
vergadering.
De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit
heeft verleend. De voorzitter kan dedeelnemers aan de
commissievergadering toestaan aan insprekers een korte,
verhelderendevraag te stellen. Er vindt geen discussie
plaats tussen een inspreker en deelnemers van
devergadering.
De voorzitter of een lid doet een voorstel voor de
behandeling van de inbreng van de burger.
De voorzitter kan een inspreker toestaan na behandeling door
de commissie van eenonderwerp waarop de inspreker zijn
inbreng had, een korte reactie te geven.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2
Artikel 19
Spreekrecht burgers
Onderdeel van Verordening op de raadscommissies Capelle aan den IJssel 2014