Een spreker wordt in zijn betoog niet gestoord, tenzij:
de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het
opvolgen van deze verordening teherinneren;
een deelnemend (burger)raadslid hem interrumpeert.
De voorzitter kan bepalen dat despreker zonder
verdere interrupties zijn betoog zal afronden.
Indien een spreker zich in beledigende of onbetamelijke
uitdrukkingen uitlaat, afwijkt van het inbehandeling zijnde
onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert,
dan welanderszins de orde verstoort, wordt hij door de
voorzitter tot de orde geroepen. Indien debetreffende
spreker, hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem
gedurende devergadering waarin zulks plaats heeft over het
aanhangige onderwerp het woord ontzeggen.
De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering
voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de
heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de
vergaderingsluiten.
De voorzitter kan voorstellen een aan de vergadering
deelnemende (burger)raadslid dat doorzijn gedragingen de
geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in
devergadering te ontzeggen.
Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming
daarvan verlaat het (burger)raadslidde vergadering
onmiddellijk. Zo nodig doet de voorzitter hem verwijderen.
Bij herhaling van zijngedrag kan het (burger)raadslid
bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot
devergadering worden ontzegd.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2
Artikel 20
Handhaving orde; schorsing
Onderdeel van Verordening op de raadscommissies Capelle aan den IJssel 2014