De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij
wege van voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt
aangemerkt:
het onmiddellijk na aanvang van het parkeren in werking
stellen van de parkeerapparatuur, waarbij de ontvangen
parkeerticket direct en volledig lees- en zichtbaar achter
de voorruit van het voertuig, aan bestuurderszijde, wordt
geplaatst;
het op andere wijze activeren van het parkeerrecht op de
daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het
college van burgemeester en wethouders gestelde
voorschriften.
De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij
wege van voldoening op aangifte.
Artikel 6
Wijze van heffing
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2015