- - De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren.
- - In afwijking van het eerste lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen twee maanden na het einde van het parkeren, indien het parkeren aanvangt door middel van het aanmelden bij het centraal register
- - De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.
- - Een naheffingsaanslag moet binnen de op de (digitale) factuur aangegeven termijn en op de daarop aangegeven wijze worden betaald.
Artikel 7 Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2015
Termijnen van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2015
Bewaren kan ook zonder account
Verwijzingen
Houd art. 7 bij de hand
Met een gratis account kun je dit artikel bewaren, tekst markeren en jezelf overhoren. Dat werkt op je laptop en op je telefoon.
- Geen reclame
- Je markeringen blijven van jou
- Werkt op je telefoon