Naar hoofdinhoud

Artikel 2.

Bijdrage voor maatwerkvoorzieningen of pgb’s

Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning 2015

1.. Bij verstrekking van een maatwerkvoorziening dan wel een persoonsgebonden budget in het kader van de maatschappelijke ondersteuning is een bijdrage verschuldigd. 2.. In afwijking van artikel 25, eerste lid geldt dat geen bijdrage is verschuldigd voor: een rolstoel; voorzieningen voor personen jonger dan 18 jaar met uitzondering van de bijdrage voor een maatwerkvoorziening zoals genoemd in art. 10 lid 6 van de verordening; financiële tegemoetkoming; de onderhoudskosten, de reparaties en de keuringskosten van voorzieningen 3.. De bedragen per vier weken, de inkomensbedragen en de percentages die gelden voor de berekening van de eigen bijdrage zijn gelijk aan die genoemd in artikel 3.8, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. 4.. In uitzondering op artikel 25 lid 3 van dit besluit geldt voor beschermd wonen dat de bijdrage wordt berekend volgens artikel 3.11 en 3.12 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. Voor opvang geldt dat de bijdrage wordt berekend volgens artikel 3.20 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. 5.. De eigen bijdrage voor de maatwerkvoorziening huishoudelijke hulp bedraagt maximaal de kostprijs van de voorziening, inhoudende: bij hulp via aanbieders: voor HH1 € 19,63 en voor HH2 € 22,29 per uur, jaarlijks te indexeren op basis van de overheidsbijdrage in de arbeidsontwikkeling (OVA); bij een persoonsgebonden budget: het vastgestelde bedrag per uur, zoals bepaald in artikel 1.5. 6.. Voor een traplift wordt een eigen bijdrage van maximaal € 1500,- gevraagd, deze wordt in een periode van negenendertig maal vier weken in rekening gebracht. 7.. Voor een scootmobiel wordt een eigen bijdrage van maximaal € 1500,- gevraagd, deze wordt in een periode van negenendertig maal vier weken in rekening gebracht. 8.. Een persoonsgebonden budget wordt bruto verstrekt. Dit houdt in dat de cliënt zelf de eigen bijdrage aan het CAK betaalt. De eigen bijdrage mag niet in mindering worden gebracht op de in te kopen voorziening. 9.. De eigen bijdrage voor begeleiding bedraagt maximaal € 25,- per uur of per dagdeel. 10.. Lid 9 is niet van toepassing voor gebruikers van begeleiding die vallen onder het overgangsrecht zoals omschreven in artikel 8.3 Wmo.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel