De directie:
- - bevordert en bewaakt het functioneren en de kwaliteit van de ambtelijke organisatie als geheel;
- - neemt initiatieven om een organisatiecultuur tot stand te brengen waarin medewerkers zich kunnen ontwikkelen, met plezier werken en de afgesproken resultaten kunnen behalen (integraal resultaatgericht management);
- - zorgt voor eenheid van leiding, in samenspraak en samenwerking met college en afdelingsmanagers;
- - onderhoudt actieve en communicatieve werkrelaties met bestuur en ambtelijke organisatie;
- - stimuleert de onderlinge samenwerking tussen afdelingen;
- - richt tijdelijke projecten of programma’s in voor de meer complexe vraagstukken, die bestuurlijk of organisatorisch van groot belang zijn en/of waarbij meerdere afdelingen betrokken zijn;
- - legt de bedrijfsvoering vast door het ontwikkelen en vaststellen van concernrichtlijnen op middelengebied en het bewaken van de uitvoering daarvan;
- - zorgt ervoor dat de afdelingsmanagers over de noodzakelijke middelen en ondersteuning beschikken om de van hen gevraagde prestaties te kunnen leveren;
- - beheert (control) de activiteiten in de organisatie op basis van tussentijdse informatie over de voortgang, bijsturen van activiteiten, resultaten en middelen. Achteraf wordt aangegeven op welke wijze maatschappelijke effecten wel/ niet zijn gerealiseerd en welke middelen daarvoor zijn ingezet.