De Participatiewet die op 1 januari 2015 in werking treedt, is de opvolger van de Wet werk en bijstand. De belangrijkste veranderingen zijn dat de toegang tot de Wet sociale werkvoorziening wordt afgesloten en dat de Wajong alleen toegankelijk wordt voor jonggehandicapten die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn. De mensen die geen aanspraak meer maken op de voorzieningen van WSW en Wajong vallen vanaf 1 januari 2015 onder de Participatiewet. Het centrale doel van de wet is dat veel meer mensen met arbeidsbeperkingen, die nog wel arbeidsvermogen hebben aan het werk gaan bij voorkeur bij reguliere werkgevers. Gemeenten hebben de opdracht om werkzoekenden te ondersteunen bij het zoeken naar werk. De gemeente Zoeterwoude onderschrijft de ambitie van de Participatiewet en geeft met dit beleidsplan invulling aan het doel van de wet.
Voor de lezer is een verkorte lijst van afkortingen en begrippen bijgevoegd.
Het algemeen belang
Algemeen wordt aangenomen dat het hebben van werk positief bijdraagt aan welvaart, welzijn en welbevinden van de burger. Een hoge participatiegraad vermindert maatschappelijke kosten zoals kosten van armoedebestrijding, schuldhulpverlening, zorg en welzijn, Wmo-voorzieningen etc. Hoe meer personen door werk actief participeren, hoe beter dat is voor de samenleving. Het streven is om het beleid zo in te richten dat zoveel mogelijk mensen daarvan optimaal kunnen profiteren. Hiermee wordt ook het belang van de verschillende doelgroepen het meest gewaarborgd.
Wettelijk kader
Met de komst van de Participatiewet komt een einde aan de instroom in de Wet sociale werkvoorziening en kunnen jonggehandicapten met arbeidsvermogen geen aanspraak meer maken op een Wajonguitkering. Als deze mensen geen ander inkomen of vermogen hebben, zijn zij aangewezen op de bijstand. Voor hen gelden dezelfde regels als voor andere bijstandsgerechtigden. Gemeenten zijn daarmee ook verantwoordelijk voor hun re-integratie (dat geldt ook voor de re-integratie van personen die geen recht op een uitkering hebben). Mensen die op 31 december 2014 een WSW-dienstverband hebben, behouden hun rechten. Ook de huidige Wajongeren behouden grotendeels hun bestaande rechten en blijven vallen onder de verantwoordelijkheid van het UWV.
Om mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt beter te kunnen ondersteunen bij arbeidsinschakeling zijn de nieuwe instrumenten loonkostensubsidie, ‘beschut werk’ en de No-Riskpolis in de Participatiewet opgenomen (zie bijlage). De gemeente Zoeterwoude zal van de nieuwe instrumenten gebruik maken om meer mensen met een arbeidsbeperking naar werk toe te geleiden.
Sociaal akkoord
In het Sociaal Akkoord van 11 april 2013 van werkgevers, werknemers en overheid is afgesproken is dat private werkgevers 100.000 en de overheid 25.000 garantiebanen beschikbaar stellen voor mensen met arbeidsbeperkingen. Het aantal banen loopt geleidelijk op tot in 2026 het doel is bereikt. Per arbeidsmarktregio komt er een Werkbedrijf, een netwerk waarin gemeenten, UWV, werkgevers en werknemers samenwerken aan het realiseren van de garantiebanen.
Algemeen
De gedachte die ten grondslag lag aan het bijeenbrengen van de WWB, WSW en Wajong in één nieuwe wet, was dat de doelgroepen van de drie verschillende wetten veel op elkaar lijken. Zij bevinden zich allemaal aan de ‘onderkant’ van de arbeidsmarkt. Als gevolg van de hoge werkloosheid op dit moment is het aantal mensen in de bijstand, waarvan op basis van opleiding of werkervaring mag worden aangenomen dat zij op eigen kracht in staat zijn om werk te vinden, sterk gestegen. De verscheidenheid in het bijstandsbestand is daarom de laatste jaren weer sterk toegenomen. De doelgroep is groter maar door bezuinigingen van het Rijk is het participatiebudget kleiner. Er is minder te besteden.