Doelgroepen
De doelstelling van de Participatiewet is om iedereen met arbeidsvermogen naar werk toe te leiden, zoveel mogelijk naar regulier werk. De nadruk in de communicatie vanuit het Rijk over de Participatiewet ligt op toename van de arbeidsparticipatie van mensen met beperkingen. Die is nu te laag (36% vs. 67 % totaal, bron: wetsvoorstel Quotumwet MvT) en de laatste jaren zelfs nog afgenomen.
Technisch gezien is de Participatiewet een aanpassing op een beperkt aantal punten van de WWB. De opdracht voor het college om personen die algemene bijstand ontvangen, te ondersteunen bij arbeidsinschakeling is dan ook in de wet gehandhaafd. Deze traditionele doelgroep die voor een groot deel bestaat uit werkzoekenden zonder arbeidsbeperkingen blijft dus de verantwoordelijkheid van de gemeente. In dit beleidsplan worden daarom alle doelgroepen van de wet meegenomen. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt naar loonwaarde, waarbij ook het accent van de wet op mensen met een arbeidsbeperking tot uitdrukking komt. We gaan uit van drie hoofdgroepen:
1 mensen met tenminste een loonwaarde van 100% van het wettelijk minimumloon (WML) die:
zonder gemeentelijke inzet aan het werk gaan
met beperkte ondersteuning van de gemeente aan het werk gaan.
2 mensen die tijdelijk enige ondersteuning ontvangen in de vorm van bemiddeling en/of scholing (80-100% loonwaarde). Hier gaat het om tijdelijke instrumenten (bijvoorbeeld tijdelijke opstapsubsidie) die worden ingezet om de werkgever over de streep te trekken.
3 mensen die permanent ondersteuning ontvangen met een loonwaarde van:
60-80%
40-60%
20-40%
< 20%: mogelijkheden van arbeidsmatige dagbesteding.
Een bijzondere groep wordt gevormd door degenen met de indicatie ‘beschut werk’. (1) De indicatie staat los van de loonwaarde maar in het algemeen ligt de loonwaarde op maximaal 40% van het WML.
De omvang van de doelgroep (prognose voor het jaar 2015)
Grondslag
Aantal
Wwb / Ioaw / Ioaz 2014
60
waarvan vrijgesteld van arbeidsverplichting
1
Wsw 2014
31
Nieuwe instroom van Wajong of WSW (2)
8
Arbeidsmatige dagbesteding
5
De totale omvang van de doelgroep Participatiewet en de huidige populatie Wsw-werknemers, exclusief niet-uitkeringsgerechtigden, omvat voor Zoeterwoude in 2015 naar verwachting ca. 105 personen. Van hen is naar schatting ruim de helft niet in staat om zelfstandig het minimumloon te verdienen.
Beschut werk : Werk voor personen die uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben
4 WSW en 4 Wajong op basis van beschikbare cijfers.
Uitvoering
De gemeente Zoeterwoude richt haar inspanningen op de hele, brede doelgroep van de wet maar legt daarbij het accent op de doelgroep met een loonwaarde van 20 tot 80 procent van het minimumloon. De inspanningen van de gemeente om mensen naar regulier werk te begeleiden zijn in het bijzonder gericht op deze middengroep.
Met het beschikbare budget is het echter niet realistisch om te veronderstellen dat iedereen die voor ondersteuning in aanmerking komt ook ondersteuning krijgt. Dit geldt temeer als het om dure voorzieningen gaat. Voor bepaalde voorzieningen, dat geldt in ieder geval voor beschut werk, zal daarom een budgetplafond moeten worden vastgesteld.
Werk en Inkomen
De uitvoering van de Participatiewet, voor zover het gaat om het aan het werk helpen van werkzoekenden, vindt plaats door de afdeling Samenleving, team Zorg, Werk en Inkomen van de gemeente. De re-integratietaak is thans belegd bij één klantmanager Werk en Inkomen. De klantmanager heeft de mogelijkheid om trajecten in te kopen bij commerciële partijen of DZB/Re-integratie Leiden. De klantmanager houdt zich vooral bezig met acquisitie van nieuwe werkplekken en arbeidsbemiddeling. Onderzoek naar lange termijneffecten van re-integratie wijst uit dat voor bijstandsgerechtigden ‘arbeidsbemiddeling’ het meest effectieve instrument is. Arbeidsbemiddeling is een kerntaak van de gemeente Zoeterwoude.
Nieuwe instroom
De aantallen werkzoekenden die voorheen instroomden in WSW of Wajong en nu een beroep doen op de Participatiewet stromen geleidelijk in. Dat betekent in de beginperiode een beperkte verandering in de samenstelling van de doelgroep ten opzichte van de huidige nieuwe instroom. Dit zal op de langere termijn veranderen als bij gewijzigde (gunstigere) economische omstandigheden de groep van personen met een hogere loonwaarde eerder de arbeidsmarkt zullen betreden dan de personen met een lagere loonwaarde. Het is daarom van belang om ook onder minder gunstige economische omstandigheden in deze groep te (blijven) investeren om te voorkomen dat een steeds grotere kern zal ontstaan van personen met een arbeidsbeperking.
Mensen in de bijstand – geen afstand tot de arbeidsmarkt-loonwaarde tenminste 100% van WML
We doen zoals gesteld in de visie van de gemeente Zoeterwoude op het sociaal domein nadrukkelijk een beroep op de zelfredzaamheid van onze inwoners. Mensen gaan zelf actief op zoek naar werk. Voor de mensen met goede kansen op de arbeidsmarkt is de digitale dienstverlening van het UWV op het werkplein/werkgeversservicepunt beschikbaar. Dit geldt ook voor Anw-ers en niet-uitkeringsgerechtigden. De wet verplicht de gemeente ondersteuning bij arbeidsinschakeling te geven maar de mate waarin en de wijze waarop deze verplichting wordt ingevuld, is vrij. Wij kiezen ervoor deze mensen in beginsel geen ondersteuning te bieden, tenzij iemand langer dan drie maanden bijstand heeft ontvangen. Echter indien een kleine investering nodig is om iemand aan een baan te helpen blijft deze mogelijkheid bestaan (maatwerkbeginsel). De rol van de klantmanager is vooral bewaken dat men zich houdt aan de sollicitatieverplichting en daar waar nodig zal ze interveniëren. Het is daarom niet zo dat de persoon drie maanden aan zijn lot wordt overgelaten of wordt los gelaten. De klantmanager blijft met de persoon contact houden. In ieder geval maandelijks aan de hand van het Inlichtingenformulier dat elke maand persoonlijk op het gemeentehuis overgelegd moet worden.
Mensen met arbeidsbeperkingen - loonwaarde is minder dan 100% van WML
In lijn met het doel van de Participatiewet kiest de gemeente Zoeterwoude ervoor bij de uitvoering van re-integratie het accent te leggen op de mensen met beperkingen en/of een loonwaarde beneden het wettelijk minimumloon. Met inzet van onder meer loonkostensubsidie en begeleiding gaan wij deze mensen aan banen helpen bij reguliere werkgevers. De doelstelling is dat zij doorgroeien naar het niveau waarop zij wel het WML kunnen verdienen. Veel mensen zullen echter dat niveau niet bereiken en daardoor langdurig aanspraak maken op loonkostensubsidie.
Beschut werk (20-40% van WML)
Er zijn ook mensen van wie niet verwacht kan worden dat zij op het niveau van het WML zullen komen. Voor deze groep is beschut werk een manier om te participeren. Het Rijk houdt rekening in de financiering met een derde vervanging van de uitstroom uit de WSW-oud door beschut werken nieuw. Voorgesteld wordt deze één op drie vervanging ook in de gemeente Zoeterwoude uit te voeren. Uitgangspunt is de instroom in beschut werk te stellen op maximaal 1 op 3 van uitgestroomde WSW-medewerkers. In de eerste drie jaren zouden volgens dat patroon op basis van natuurlijk verloop in Zoeterwoude ongeveer 1 plaats kunnen worden gevuld.
Het UWV beoordeelt op voordracht van de gemeente of iemand voor beschut werk in aanmerking komt. De gemeente draagt de werkzoekende alleen voor als er een werkplek is. Gezien de aanwezige infrastructuur en de kennis van DZB met de doelgroep ligt het voor de hand het beschut Werken bij DZB neer te leggen. Indien de gemeente Leiden als eigenaar van DZB ervoor kiest om DZB geleidelijk af te bouwen zal de gemeente kunnen uitwijken naar andere sociale werkvoorzieningen in de regio of indien mogelijk te organiseren bij een reguliere werkgever. Vooralsnog lijkt dit scenario onwaarschijnlijk.
Mensen met een loonwaarde van minder dan 20% van WML
Voor mensen met een zeer beperkte loonwaarde zijn sociale activeringstrajecten of arbeidsmatige dagbesteding mogelijkheden tot (maatschappelijke) participatie. Arbeidsmatige dagbesteding is één van de begeleidingstaken die in het kader van de decentralisaties worden overgeheveld van Rijk naar gemeenten. Arbeidsmatige dagbesteding kan ook in combinatie met beschut werk in de gemeente of in het SW-bedrijf worden georganiseerd. DZB is in samenwerking met zorgaanbieders hiermee aan het experimenteren. Het college wacht op de eerste resultaten van de pilots.
Garantiebanen
De afspraak in het Sociaal Akkoord over de 125.000 garantiebanen is vooralsnog de belangrijkste basis voor een succesvolle uitvoering van de Participatiewet. In de Leidse regio (Leiden, Leiderdorp, Oegstgeest, Voorschoten en Zoeterwoude) hebben de gezamenlijke ondernemersverenigingen, verenigd in de Leidse Koepel, tot 2020 vijfhonderd banen toegezegd.
In de landelijke Werkkamer is afgesproken dat garantiebanen in eerste instantie ingevuld worden met Wajongers en Wsw-geïndiceerden op de wachtlijst. Hoewel het voordeel van deze banen daarmee voor een groot deel toevloeit naar het UWV, zullen ook de gemeenten alert blijven om de banen te vervullen. Zodra in de geprioriteerde groepen geen geschikte kandidaat beschikbaar is zal de gemeente een kandidaat voordragen uit de overige doelgroepen.
(3) In de Werkkamer maken VNG en Stichting van de Arbeid samen afspraken over verbetering van de samenwerking tussen gemeenten en sociale partners in de 35 arbeidsmarktregio's.
Werkgeversbenadering
Het succes van de Participatiewet is volledig afhankelijk van de opstelling van werkgevers. Dat geldt niet alleen voor de garantiebanen. Daarom is werkgeversbenadering een speerpunt van beleid. Deze taak is belegd bij de klantmanager Werk en Inkomen, die in samenwerking met het UWV, werkgevers bezoekt en vacatures acquireert. De vraag is of de huidige bezetting (0.61 fte) op termijn voldoende is om zowel de werkgeversbenadering en de matching van kandidaten uit te kunnen voeren, temeer daar de doelgroep gestaag in omvang zal toenemen en het UWV steeds verder moet inkrimpen. Het zal zaak zijn om juist de mensen met verminderde loonwaarde te ondersteunen bij de zoektocht naar werk om te voorkomen dat het bestand uitkeringsgerechtigden langzaam maar zeker zal toenemen met personen met een arbeidsbelemmering. Over de personeelsbezetting zal 3D breed nadere besluitvorming moeten plaats vinden. Het college zal hiertoe een voorstel maken. Gebruik maken van ondersteuningssystemen zoals Stekker 4 (een digitale aansluiting waarmee de gemeente toegang krijgt tot de landelijke UWV-applicaties zoals een vacaturedatabank en matchingsite) kan ertoe bijdragen het werk te vergemakkelijken.
Samenwerking in de arbeidsmarktregio Holland Rijnland
In het nog op te richten Werkbedrijf voor de arbeidsmarktregio Holland-Rijnland gaan de gemeenten met werkgevers en werknemers samenwerken. In aanvullende wetgeving wordt nog geregeld over welke onderwerpen voor de uitvoering van de Participatiewet in ieder geval afspraken moeten worden gemaakt. Dat zijn de garantiebanen, een marktbewerkingsplan, de loonkostensubsidie en de no-riskpolis. Holland Rijnland heeft voor de uitwerking van de onderwerpen loonkostensubsidie en no-riskpolis de notitie ‘Instrumenten Loonkostensubsidie en de No-Riskpolis’ opgesteld. De notitie is een gezamenlijk product van de Holland Rijnland gemeenten en het UWV. Voor het overige moeten de rol van het Werkbedrijf en zijn bijdrage aan een goed functionerende regionale arbeidsmarkt nog worden uitgewerkt. De uitgangspunten van de loonkostensubsidie en de no-riskpolis, zoals besproken op Holland Rijnland niveau, zijn verwerkt in de bijgevoegde Re-integratieverordening. Het doel is te komen tot een eenduidige gezamenlijke werkgeversbenadering op de grotere onderwerpen.
Gevolgen voor DZB - Transitie en transformatie DZB
De invoering van de Participatiewet heeft voor DZB werken twee belangrijke gevolgen:
De subsidie voor de bestaande WSW-ers wordt in stappen afgebouwd van €26.100 per SE in 2013 tot € 23.154 per SE in 2020.
De regeling wordt gesloten voor nieuwe instroom waardoor de WSW populatie met zes procent per jaar zal krimpen.
Dit heeft gevolgen voor de bedrijfsvoering van DZB. De organisatie zal hierop aangepast moeten worden. Dit is echter geen verantwoordelijkheid voor de gemeente Zoeterwoude maar een taak voor de gemeente Leiden als eigenaar van DZB. De gemeente Zoeterwoude koopt werkplekken en begeleiding bij DZB in. Niettemin heeft de keuze van de gemeente Leiden gevolgen voor de bijdrage van de gemeente Zoeterwoude. Indien de gemeente Leiden kiest voor een afbouwscenario (sterfhuisconstructie) van DZB zal de gemeentelijke bijdrage van de gemeente Zoeterwoude mogelijkerwijs toenemen. Het afbouwscenario betekent dat geen nieuwe instroom plaats vindt en dat door natuurlijk verloop het aantal Wsw’ers zal afnemen. Hierdoor zal de productie afnemen waardoor de omzet lager wordt en de kosten van exploitatie en overhead zullen toenemen.
DZB heeft reeds aanzienlijke ombuigingsmaatregelen genomen om de jaarlijkse bezuiniging op de loonkostensubsidie grotendeels te kunnen compenseren. Extra additionele besparingen zijn derhalve niet te verwachten.
Het college van de gemeente Leiden lijkt evenwel te kiezen voor een brede inzet van de DZB (en aldus niet voor een afbouwconstructie). Dit betekent dat de re-integratieactiviteiten van Leiden bij DZB belegd zullen blijven, het nieuw beschut werken daar wordt geplaatst en dat nieuwe constructies zoals het oprichten van een social firm ondergebracht zullen worden bij DZB. DZB streeft ernaar om het bedrijfsleven hier zoveel mogelijk bij te betrekken. De kosten die gemoeid zijn met de
huidige WSW worden dan zoveel mogelijk terugverdiend. Tevens werkt DZB aan de optie om met zorgaanbieders arbeidsmatige dagbesteding voordeliger aan te bieden. De verschillende onderdelen van DZB versterken elkaar binnen dit scenario, hetgeen naast efficiency ook belangrijke synergievoordelen oplevert. DZB wekt dit scenario verder uit in een uitvoeringsplan. Het college van de gemeente Zoeterwoude zal uitgenodigd worden om hierover verder van gedachten te wisselen.
NB: Een aandachtspunt is dat door het stoppen van de nieuwe instroom in de oude Wsw-regeling per 1 januari 2015 het pensioenfonds onvoldoende aangevuld wordt. De VNG heeft eerder berekend dat werkgevers en werknemers als gevolg van de nieuwe wet € 490 miljoen meer aan pensioenpremie moeten betalen in de periode 2015-2060. Hiervoor moeten Rijk, werkgevers en werknemers nog een structurele oplossing zien te vinden.
Artikel 2
Beleid per 1 januari 2015
Onderdeel van Beleidsplan Participatiewet gemeente Zoeterwoude 2015