Wanneer bij een van gemeentewege gehouden huis-aan-huis controle is geconstateerd dat de belanghebbende een hond houdt zonder daarvan aangifte te hebben gedaan, wordt als ingangsdatum van de belastingplicht aangemerkt 1 januari van het jaar waarin de hond wordt geconstateerd, tenzij de belastingplichtige schriftelijk aantoont op een later tijdstip houder van de hond te zijn geworden.