Naar hoofdinhoud

Artikel 4.

Gronden tot terugvordering

Onderdeel van Beleidsregels Terug- en Invordering en verhaal Participatiewet gemeente Haarlem

1.. Burgemeester en wethouders vorderen bijstand terug van de belanghebbende(n) voor zover deze bijstand: ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend; in de vorm van een geldlening is verleend en de uit de geldlening voortvloeiende verplichtingen niet of niet behoorlijk worden nagekomen hieronder inbegrepen de gevallen waar een aflossing middels inhouding op de uitkering niet mogelijk is vanwege een beslag; voortvloeit uit gestelde borgtocht; ingevolge artikel 52 Participatiewet als voorschot is verleend en nadien is vastgesteld dat geen recht op bijstand bestaat, dan wel de bijstand wordt vastgesteld op een lager bedrag dan het verleende voorschot; anderszins onverschuldigd is betaald voor zover de belanghebbende dit redelijkerwijs had kunnen begrijpen; anderszins onverschuldigd is betaald, waaronder begrepen dat: de belanghebbende met betrekking tot de periode waarover bijstand is verleend, over in aanmerking te nemen middelen beschikt of kan beschikken; bijstand is verleend met een bepaalde bestemming en naderhand door de belanghebbende vergoedingen of tegemoetkomingen worden ontvangen met het oog op die bestemming. 2.. Terugvordering als bedoeld onder lid 1 sub e vindt niet plaats, als de betreffende kosten van bijstand zijn gemaakt meer dan twee jaar vóór de datum van verzending van het besluit tot terugvordering.

Rechtspraak bij dit artikel