De salarissen van de medewerkers, wier salaris niet bij of krachtens de wet is geregeld, worden vastgesteld op de bedragen volgens de schalen die zijn opgenomen in bijlagen IIa van de CAR of, indien voor de betrekking een vast bedrag geldt, dit bedrag, opgenomen in de bij deze regeling horende bijlage A.
Het college bepaalt de voor de medewerker geldende salarisschaal met inachtneming van:
de resultaten van een functiewaarderingsonderzoek;
de vastgestelde conversietabel en
regels inzake de toekenning van de bezoldiging.
Het college stelt nadere regels met betrekking tot de uitvoering van een functiewaarderingsonderzoek en de daarbij te hanteren methode.
Zonder voorafgaand ontslag kan voor een medewerker geen salarisschaal gaan gelden met een lager maximumsalaris dan dat van de reeds voor hem geldende salarisschaal.
Een verlaging van het salaris kan wel plaatsvinden:
bij definitieve herplaatsing van een medewerker van 55 jaar of ouder in het kader van seniorenbeleid als bedoeld in artikel 3:1, zevende lid CAR-UWO rekening houdend met artikel 5a:9 CAR-UWO;
bij definitieve herplaatsing van een arbeidsongeschikte medewerker als bedoeld in artikel 7:16, tweede lid CAR-UWO;
bij herplaatsing wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid voor de eigen functie als bedoeld in artikel 8:6 CAR-UWO en
bij het opleggen van een disciplinaire straf, als bedoeld in hoofdstuk 16 van de CAR-UWO.