1.. Onverminderd artikel 2, tweede lid, wordt de verlaging vastgesteld op:

a.. vijftig procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de eerste categorie;

b.. honderd procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de tweede categorie;

c.. honderd procent van de bijstandsnorm gedurende drie maanden bij gedragingen van de derde categorie.