Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 4

Begrippen van de Wet Financiering decentrale overheden (Fido)

Onderdeel van Besluit financieringsstatuut gemeente Stadskanaal 2015

De voor de treasuryfunctie van belang zijnde begrippen van de Wet Fido  zijn de volgende: Openbare lichamen - Provincies. - Gemeenten. - Waterschappen. - De in artikel 21, eerste lid van de Politiewet 1993 bedoelde regio's. [ Politiewet 1993 is vervallen per 01-01-2013 ] - Lichamen, ingesteld met toepassing van de Wet gemeenschappelijke regelingen , die bevoegd zijn tot het aangaan, garanderen en verstrekken van geldleningen. - Door onze ministers aan te wijzen andere bij wet ingestelde lichamen en organen. Rentetypische looptijd Het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de leningenvoorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare constante rentevergoeding. Financiële derivaten Financiële instrumenten belichaamd in contracten waarin de voorwaarden zijn vastgelegd waartegen een transactie op een bepaald moment zal of kan plaatsvinden en waarvan de waarde afhankelijk is van één of meer onderliggende activa, referentieprijzen of indices. Vaste schuld Het gezamenlijk bedrag van: de schuld uit hoofde van geldleningen met een oorspronkelijke rentetypische looptijd van één jaar of langer; de voor een termijn van één jaar of langer ontvangen waarborgsommen. Netto vlottende schuld Het gezamenlijk bedrag van: de opgenomen gelden met een oorspronkelijke typische looptijd van korter dan één jaar; de schuld in rekening-courant; de voor een termijn korter dan één jaar ter bewaring in de kas gestorte gelden van derden; overige geldleningen, die geen deel uitmaken van de vaste schuld; verminderd met het gezamenlijk bedrag van; de contante gelden in kas; de tegoeden in rekening-courant; de overige uitstaande gelden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar. De gemiddelde netto-vlottende schuld per kwartaal Het gemiddelde van de netto-vlottende schuld van iedere maand in het desbetreffende kwartaal. De kasgeldlimiet De door de Wet Fido  voorgeschreven norm voor de maximale netto vlottende schuld die de gemeente mag hebben. Dit bedrag wordt berekend aan de hand van een percentage van het totaal van de jaarbegroting van het openbare lichaam. Het renterisico op de vaste schuld Mate waarin het saldo van rentelasten en rentebaten van een openbaar lichaam verandert door wijzigingen in het rentepercentage op leningen en uitzettingen met een oorspronkelijke rentetypische looptijd van één jaar of langer. De renterisiconorm Een bedrag ter grootte van een percentage van het totaal van de vaste schuld uit de jaarbegroting van het openbare lichaam. 3%-norm voor het EMU-saldo van de overheid De referentiewaarde voor het vorderingensaldo van de overheid, zoals vastgelegd in artikel 104c en Protocol nr. 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie. Toezichthouder Het bestuursorgaan, dat op grond van enige wettelijke bepaling is belast met het toezicht op de begroting van een openbaar lichaam. Bij de gemeenten is dit de provincie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel