Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 8

Voorschriften en beperkingen

Onderdeel van Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren

1.. Het bepaalde in dit artikel geldt niet indien hierin reeds is voorzien in de Telecommunicatiewet. 2.. Het college kan aan het instemmingsbesluit of toestemming ingeval van meldingsplicht, nadere voorschriften of beperkingen verbinden in het belang van: de openbare orde; veiligheid, waaronder mede verstaan wordt de verkeersveiligheid en/of een goede doorstroming van het verkeer; het voorkomen of beperken van schade of overlast, waaronder mede verstaan wordt de bescherming van eventuele archeologische vondsten, van groenvoorzieningen, bomen en beplantingen en van het uiterlijke aanzien van de omgeving; de bereikbaarheid van gronden of gebouwen, waaronder mede verstaan wordt het veilig en doelmatig gebruik van openbare gronden en gebouwen en het doelmatig beheer en onderhoud ervan en het belang van nader aan te geven grote lokale evenementen als bijvoorbeeld weekmarkten en kermissen; de ondergrondse ordening, waaronder mede verstaan wordt het zo min mogelijk hinder veroorzaken voor reeds in de grond aanwezige werken en het niet in gevaar brengen of zonder noodzaak bemoeilijken van deze werken, waaronder mede verstaan worden werken ten behoeve van de riolering en de levering of het transport van elektronische informatie, gas, water en elektriciteit. 3.. De voorschriften of beperkingen, zoals genoemd in het tweede lid, kunnen slechts betrekking hebben op: het tijdstip, de plaats en wijze van uitvoering bij de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en/of leidingen; het medegebruik van voorzieningen, zoals kabelgoten en geleidingen, die door derden of de gemeente Texel tegen marktconforme prijzen ter beschikking worden gesteld; afstemming met betrekking tot overige in de grond aanwezige werken; afmetingen van kasten en andere toebehoren behorende bij het netwerk. 4.. De grondroerder dient omwonenden, zoals bedoeld in onderdeel n. van artikel 1, ter plaatse van de uit te voeren werkzaamheden schriftelijk te informeren over aanvang, duur, aard en plaats van de werkzaamheden. 5.. De aanleg, instandhouding (inclusief het nemen van maatregelen, waaronder het verplaatsen) en opruiming van kabels en/of leidingen en medegebruik van voorzieningen moeten plaatsvinden conform de in de gemeente van toepassing zijnde nadere regels zoals bedoeld in artikel 3. 6.. De grondroerder is verplicht na het einde van de werkzaamheden de grond, eventuele verhardingen en beplanting terug te brengen in de oude staat, tenzij het college vooraf heeft aangegeven hier (gedeeltelijk) zelf zorg voor te willen dragen. 7.. De grondroerder draagt de marktconforme kosten voor herstel (inclusief onderhoudstermijn) die gebaseerd zijn op de vigerende VNG richtlijn “Tarieven (graaf)werkzaamheden Telecom” en de daarbij behorende “Tarieven (her)straatwerkzaamheden kabels- en/of leidingwerken” en van de eventueel door de gemeente ter beschikking gestelde voorzieningen. 8.. Indien na groot onderhoud of herinrichting van openbare gronden een grondroerder werkzaamheden moet uitvoeren, verlangt het college specifiek schadeherstel ten einde de situatie terug te brengen in de oude staat.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel