De norm voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder met zijn ten laste komende kinderen in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft en dientengevolge de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan niet kan delen, wordt verhoogd met een toeslag, die is bepaald op het in artikel 30, lid 2 van de wet genoemde maximumbedrag behoudens het bepaalde in artikel 6, lid 1, artikel 7 en artikel 8 van deze verordening.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3. Verordening toeslagen en verlagingen Wet investeren in jongeren 2009
Alleenwonende alleenstaande (ouder)
Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen Wet investeren in jongeren 2009
Bewaren kan ook zonder account
Verwijzingen
Houd art. 3. bij de hand
Met een gratis account kun je dit artikel bewaren, tekst markeren en jezelf overhoren. Dat werkt op je laptop en op je telefoon.
- Geen reclame
- Je markeringen blijven van jou
- Werkt op je telefoon