Onverminderd artikel 2, derde lid wordt de verlaging vastgesteld op:
tien procent van de uitkering bij gedragingen van de eerste categorie;
twintig procent van de uitkering bij gedragingen van de tweede categorie;
vijftig procent van de uitkering bij gedragingen van de derde categorie;
honderd procent van de uitkering bij gedragingen van de vierde categorie.