De verlaging, bij gedragingen als bedoeld in de artikelen 6 en 7, wordt
vastgesteld op:
tien procent van de bijstandsnorm gedurende 1 maand bij
gedragingen van de eerste
categorie;
twintig procent van de bijstandsnorm gedurende 1 maand bij
gedragingen van de tweede
categorie;
100 procent van de bijstandsnorm gedurende 1 maand bij
gedragingen van de derde categorie. Het bedrag van de verlaging
wordt verrekend over de maand van oplegging van de maatregel en
de twee volgende maanden, waarbij over de eerste maand ten
minste 1/3 van het bedrag van de verlaging wordt verrekend.
Hoofdstuk 2.
Artikel 8.
Hoogte en duur van de verlaging
Onderdeel van Afstemmingsverordening Wageningen 2015