Als een belanghebbende een verplichting als bedoeld in artikel 18,
vierde lid, van de Participatiewet niet of onvoldoende nakomt, bedraagt
de verlaging 100 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand. Het
bedrag van de verlaging wordt verrekend over de maand van oplegging van
de maatregel en ten hoogste de twee volgende maanden, waarbij over de
eerste maand ten minste 1/3 van het bedrag van de verlaging wordt
verrekend.
Hoofdstuk 3.
Artikel 9.
Duur verlaging bij schending geüniformeerde arbeidsverplichting
Onderdeel van Afstemmingsverordening Wageningen 2015