Naar hoofdinhoud
1.. In dit artikel wordt verstaan onder een vrijwilliger: een belanghebbende die niet bij wijze van beroep werkzaamheden verricht voor doorgaans een privaat- of publiekrechtelijk rechtspersoon die niet is onderworpen aan de heffing van de vennootschapsbelasting, of een sportvereniging of -stichting die op grond van artikel 2, eerste lid, onderdeel e, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 aan de vennootschapsbelasting is onderworpen. 2.. Het college kan op aanvraag zonder voorafgaande verlening een subsidie verstrekken aan rechtspersonen als bedoeld in het eerste lid, als tegemoetkoming in de kosten voor het in stand houden van de mogelijkheden voor vrijwilligerswerk ten behoeve van vrijwilligers die minimaal 17 uur per maand vrijwilligerswerk verrichten. 3.. De hoogte van de subsidie bedraagt per kalenderjaar per vrijwilliger niet meer dan de laagste kostenvergoeding voor het verrichten van vrijwilligerswerk, bedoeld in artikel 7 onderdeel h, van de Regeling WWB, IOAW en IOAZ of diens rechtsopvolger. 4.. Het college kan bij toepassing van het tweede lid voorschotten verstrekken. 5.. Het college stelt de subsidie binnen twee maanden na afloop van het tijdvak waarvoor de subsidie werd verleend ambtshalve vast.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel