Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Bestuurlijke uitgaven en onkostenvergoeding

Onderdeel van Gedragscode integriteit collegeleden en burgemeester 2014

In artikel 6.1 wordt het belang van integriteit van college en burgemeester nogmaals benadrukt. Aan het begin van elke collegeperiode wordt besproken wat de regels zijn en hoe daarmee moet worden omgegaan. Tevens wordt bekeken of de geldende richtlijn moet worden aangepast. Deze wordt ter kennis gebracht van de raad. De raad heeft dan altijd de mogelijkheid om de richtlijn zelf vast te stellen. Elk jaar bespreken college en burgemeester bij de behandeling van de jaarrekening op welke wijze met bestuurlijke uitgaven en de vergoeding daarvan is omgegaan. Dit gebeurt aan de hand van een aantal van tevoren opgestelde vragen. Uit artikel 6.2 blijkt, dat uitgaven voor eigen rekening blijven, indien met de uitgaven geen gemeentebelang is gediend en niet uit de functie voortvloeit. Er zijn uitgaven in het belang van de gemeente, die tevens een voordeel in de privésfeer kunnen opleveren. Volgens belastingwetgeving zijn dit gemengde kosten. Vergoeding van deze kosten vindt eerst plaats nadat het college daarover afzonderlijk een besluit heeft genomen dan wel indien het college hieromtrent nadere afspraken heeft gemaakt en de vergoeding binnen die afspraken valt. In artikel 6.3 wordt de hoogte van bestuurlijke uitgaven nader geduid door de introductie en invulling van het begrip sober en doelmatig. Voor de vergoeding van verblijfkosten wordt uitgegaan van de vergoedingen, die ook voor ambtenaren gelden. Voor 2014 gelden de volgende bedragen: Overnachting/ontbijt/lunch/diner resp. max. € 85,40/ € 8,34 / € 14,18 / € 21,45. Uitzonderingen zijn mogelijk, bijvoorbeeld door beperkte beschikbaarheid van verblijfsvoorzieningen. Deze uitzonderingen worden tevoren in het college besproken.

Rechtspraak bij dit artikel