Deze verordening verstaat onder:
De wet: de Participatiewet
Het college: het college van burgemeester en
wethouders van Delft.
Algemene bijstand: de bijstand zoals bedoeld
in artikel 5, onderdeel b van de Participatiewet.
Bijzondere bijstand: de bijstand zoals deze
bedoeld is in artikel 5, onder d van de wet.
Bijstand: Algemene en bijzondere
bijstand.
Bijstandsnorm: de uitkeringsnorm zoals deze
is bedoeld in artikel 5, onderdeel c van de wet.
Uitkering: de algemene bijstand die wordt
verstrekt op grond van de Participatiewet
Individuele inkomenstoeslag: de toeslag zoals
deze wordt bedoeld in artikel 36 van de wet.
Maatregel: het verlagen van de bijstand op
grond van artikel 18, tweede, vijfde, zesde zevende en achtste
lid van de wet ,
Sociale activering: het doen van onbeloonde
maatschappelijke zinvolle activiteiten die zijn gericht op
deelname op de arbeidsmarkt (arbeidsinschakeling).
Tegenprestatie: het in opdracht van het
college doen van onbeloonde maatschappelijk zinvolle
activiteiten die niet gericht zijn op deelname op de
arbeidsmarkt, zoals bedoeld in artikel 9, eerste lid onder c van
de wet.
Activeringsperiode:
periode van maximaal 4 weken na de melding om bijstand waarbij
het college een aantal specifieke verplichtingen oplegt gericht
op een zo snel mogelijke werkaanvaarding en/of het bevorderen
van de participatie. Voor bijstandsaanvragers tot 27 jaar is dit
geregeld in artikel 43, vierde lid van de wet.
Geüniformeerde verplichtingen: de
verplichtingen genoemd in artikel 18, vierde lid van de
wet.
Niet geüniformeerde verplichtingen: alle
verplichtingen die aan de belanghebbende worden opgelegd met
uitzondering van de geüniformeerde verplichtingen (artikel 18,
vierde lid van de wet).
Belanghebbende:de persoon die
rechtstreeks in zijn belang is getroffen door het
maatregelbesluit
Hoofdstuk 1:
Artikel 1:
Begripsomschrijving
Onderdeel van Maatregelenverordening participatiewet 2015