Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1:

Artikel 1:

Begripsomschrijving

Onderdeel van Maatregelenverordening participatiewet 2015

Deze verordening verstaat onder: De wet: de Participatiewet Het college: het college van burgemeester en wethouders van Delft. Algemene bijstand: de bijstand zoals bedoeld in artikel 5, onderdeel b van de Participatiewet. Bijzondere bijstand: de bijstand zoals deze bedoeld is in artikel 5, onder d van de wet. Bijstand: Algemene en bijzondere bijstand. Bijstandsnorm: de uitkeringsnorm zoals deze is bedoeld in artikel 5, onderdeel c van de wet. Uitkering: de algemene bijstand die wordt verstrekt op grond van de Participatiewet Individuele inkomenstoeslag: de toeslag zoals deze wordt bedoeld in artikel 36 van de wet. Maatregel: het verlagen van de bijstand op grond van artikel 18, tweede, vijfde, zesde zevende en achtste lid van de wet , Sociale activering: het doen van onbeloonde maatschappelijke zinvolle activiteiten die zijn gericht op deelname op de arbeidsmarkt (arbeidsinschakeling). Tegenprestatie: het in opdracht van het college doen van onbeloonde maatschappelijk zinvolle activiteiten die niet gericht zijn op deelname op de arbeidsmarkt, zoals bedoeld in artikel 9, eerste lid onder c van de wet. Activeringsperiode: periode van maximaal 4 weken na de melding om bijstand waarbij het college een aantal specifieke verplichtingen oplegt gericht op een zo snel mogelijke werkaanvaarding en/of het bevorderen van de participatie. Voor bijstandsaanvragers tot 27 jaar is dit geregeld in artikel 43, vierde lid van de wet. Geüniformeerde verplichtingen: de verplichtingen genoemd in artikel 18, vierde lid van de wet. Niet geüniformeerde verplichtingen: alle verplichtingen die aan de belanghebbende worden opgelegd met uitzondering van de geüniformeerde verplichtingen (artikel 18, vierde lid van de wet). Belanghebbende:de persoon die rechtstreeks in zijn belang is getroffen door het maatregelbesluit

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel