**1..** Het college legt een maatregel op, als de belanghebbende volgens het
college onvoldoende verantwoordelijkheidsbesef toont om zelfstandig
in het bestaan te voorzien.
**2..** Daarnaast legt het college een maatregel op, als de belanghebbende
niet of onvoldoende zijn verplichtingen nakomt die voortvloeien uit
de wet met uitzondering van de verplichtingen genoemd in artikel 17,
eerste lid van de wet.
**3..** Het college legt ook een maatregel op indien de belanghebbende zich
ernstig misdraagt tegen het college of de met de uitvoering van deze
wet belaste personen en instanties tijdens het verrichten van hun
werkzaamheden.
**4..** Indien de belanghebbende zich al eerder schuldig heeft gemaakt aan
maatregelwaardige gedragingen wordt bij de bepaling van de zwaarte
van de maatregel hiermee rekening gehouden.
**5..** Het college stemt, indien er door bijzondere omstandigheden
dringende redenen zijn de maatregel af op de omstandigheden van de
belanghebbende en zijn mogelijkheden middelen te verkrijgen.
**6..** Voor de niet-geüniformeerde verplichtingen houdt het college voor de
vaststelling van de maatregel ook rekening met de ernst van de
gedraging en de mate waarin de belanghebbende de gedraging kan
worden verweten.
Hoofdstuk 1:
Artikel 2:
Het opleggen van een maatregel
Onderdeel van Maatregelenverordening participatiewet 2015