Indien een belanghebbende:
tijdens de bijstandsperiode
of in de periode van maximaal één jaar voorafgaande aan de
aanvraag om een uitkering,
een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening
in het bestaan heeft betoond en mede als gevolg van deze gedraging een
beroep op bijstand wordt gedaan, wordt bij de volgende gedragingen een
maatregel toegepast:
het verwijtbaar verliezen of weigeren van algemeen geaccepteerde
arbeid;
het door eigen schuld of toedoen geen recht (meer) hebben op een
voorliggende voorziening;
het verwijtbaar verliezen, niet behouden of niet verkrijgen van
inkomsten;
het te snel interen van vermogen.
De maatregel bedraagt 100% van de bijstandsnorm gedurende één
maand indien er sprake is van een gedraging zoals bedoeld onder
het eerste lid onder a tot en met c. Indien de belanghebbende
zich binnen een periode van 12 maanden opnieuw schuldig maakt
aan dezelfde gedraging dan wordt de maatregel verdubbeld.
Indien een voorliggende voorziening wegens verrekening van een
bestuurlijke boete in verband met herhaalde schending van de
inlichtingenplicht niet tot uitbetaling komt, wordt dit als
tekortschietend besef van verantwoordelijkheid aangemerkt en
wordt een maatregel opgelegd van 100% gedurende één maand.
Is er sprake van een gedraging zoals bedoeld in het eerste lid
onder d dan wordt de maatregel afgestemd op het bedrag dat naar
het oordeel van het college te snel is ingeteerd.
De maatregel als bedoeld in het vierde lid wordt op de volgende
wijze vastgesteld:
bij een te snel ingeteerd bedrag tot € 1.000,-: 20% van de
bijstandsnorm gedurende twee maanden;
bij een te snel ingeteerd bedrag van € 1000,- tot € 2000,-: 40%
van de bijstandsnorm gedurende twee maanden;
bij een te snel ingeteerd bedrag van € 2000,- tot € 4000,-:40%
van de bijstandsnorm gedurende zes maanden;
bij een te snel ingeteerd bedrag van € 4000,- tot € 10.000,-:
50% gedurende zes maanden; en
bij een te snel ingeteerd bedrag van € 10.000,- of meer 50%
gedurende twaalf maanden.
In het geval dat een belanghebbende zich binnen een periode van
twaalf maanden na vaststelling van de eerdere verwijtbare
gedraging opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging
zoals bedoeld in dit artikel, wordt de duur van de maatregel
verdubbeld.
Hoofdstuk 4:
Artikel 12:
Ongenoegzaam besef van verantwoordelijkheid
Onderdeel van Maatregelenverordening participatiewet 2015