Voordat het college een maatregel oplegt, mag de
belanghebbende zijn zienswijze naar voren brengen.
Het college hoeft de belanghebbende niet de gelegenheid te
geven gehoord te worden, als:
de vereiste spoed zich daartegen verzet;
de belanghebbende al eerder de kans heeft gekregen om zijn
zienswijze naar voren te brengen en zich sindsdien geen
nieuwe feiten of omstandigheden hebben voorgedaan;
het volgens het college niet nodig is om de belanghebbende
te horen om de ernst van de gedraging vast te stellen;
de betrokkene zich ernstig heeft misdragen zoals bedoeld in
artikel 15..
Hoofdstuk 1:
Artikel 5:
De belanghebbende horen
Onderdeel van Maatregelenverordening participatiewet 2015