Het college legt een maatregel niet op, als:
elke vorm van verwijtbaarheid redelijkerwijs ontbreekt;
de gedraging plaatsvond meer dan 12 maanden voordat deze is
geconstateerd.
Het college kan afzien van een maatregel, als het daarvoor
dringende redenen heeft.
Als het college een maatregel niet oplegt op grond van dringende
redenen, krijgt de belanghebbende daarvan schriftelijk
bericht.
Een besluit waarmee een maatregel is opgelegd staat, voor zover
het betreft de toepassing van artikel 10 en 11 derde tot en met
vijfde lid gelijk aan het besluit om daarvan af te zien in
verband met dringende redenen.
Hoofdstuk 1:
Artikel 6:
Maatregel toch niet opleggen
Onderdeel van Maatregelenverordening participatiewet 2015