Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1:

Artikel 7:

Hoe de maatregel wordt opgelegd

Onderdeel van Maatregelenverordening participatiewet 2015

Als met de maatregel de uitkering wordt verlaagd, kan deze verlaging op twee momenten ingaan: Als de uitkering over de betreffende maand nog niet is uitgekeerd, wordt de maatregel opgelegd op de eerste dag nadat het besluit aan de belanghebbende bekend is gemaakt. Als de uitkering over de betreffende maand al is uitgekeerd, wordt de maatregel opgelegd op de eerste dag van de maand nadat het besluit aan de belanghebbende bekend is gemaakt. Als de belanghebbende bijzondere bijstand ontvangt op basis van artikel 12, 36 of 36b van de wet, kan het college de maatregel toepassen op de in dat kader verleende bijzondere bijstand. Als een maatregel wordt opgelegd op bijzondere bijstand die op grond van artikel 12 van de wet wordt verstrekt, dan is deze maatregel – zowel wat hoogte (percentage) als duur betreft – gelijk aan de maatregel die wordt opgelegd op de algemene bijstand. De artikelen 9 tot en met 15 van deze verordening zijn van toepassing op beide soorten maatregelen, maar dan moet wel in plaats van bijstandsnorm worden gelezen: ‘bijzondere bijstand verstrekt op grond van artikel 12 van de wet’. De maatregel kan met terugwerkende kracht worden opgelegd, als na de maatregelwaardige gedraging het recht op algemene bijstand wordt beëindigd of ingetrokken. De grondslag is de bijstandsnorm die geldig is op de ingangsdatum van de maatregel. De maatregel kan niet eerder ingaan dan de dag waarop de gedraging heeft plaatsgevonden. In afwijking van het eerste lid, als blijkt dat op het moment van de aanvraagprocedure er sprake is van bijstandsbehoeftigheid door een gedraging zoals beschreven in artikel 18, lid 4, van de wet dan wordt een maatregel opgelegd vanaf de ingangsdatum van de toegekende uitkering voor zover die niet ligt voor de betreffende gedraging. Kan een maatregel, ondanks het bepaalde in zevende lid, niet volledig worden uitgevoerd, omdat de uitkering wordt beëindigd? Dan wordt deze alsnog uitgevoerd, als de belanghebbende binnen een periode van één jaar opnieuw een uitkering ontvangt. In die gevallen waarin een maatregel niet volledig kan worden uitgevoerd, omdat de hoogte van de uitkering onvoldoende is, kan het bedrag van de maatregel verdeeld worden over meer maanden. Een maatregel die wordt opgelegd wegens het schenden van de verplichtingen voor een periode van meer dan drie maanden, wordt uiterlijk na drie maanden nadat deze wordt uitgevoerd, heroverwogen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel