In deze verordening wordt verstaan onder:
IOAW: de Wet inkomensvoorziening oudere en
gedeeltelijke arbeidsongeschikte werkloze werknemers
(IOAW);
IOAZ: de Wet inkomensvoorziening oudere en
gedeeltelijke arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen
(IOAZ):
het college: het college van burgemeester en
wethouders van de gemeente Delft;
uitkering: de uitkering op grond van de IOAW
of IOAZ;
maatregel: het verlagen van de uitkering op
grond van artikel 20, tweede lid van de IOAW of artikel 20,
tweede lid van de IOAZ dan wel het weigeren van de uitkering
zoals bedoeld in artikel 20, eerste lid IOAW of artikel 20,
eerste lid IOAZ;
arbeidsinschakeling: het verkrijgen van
algemeen geaccepteerde arbeid, waarbij geen gebruik wordt
gemaakt van een voorziening als bedoeld in artikel 34 van de
IOAW of artikel 34 van de IOAZ;
sociale activering: het verrichten van
onbeloonde maatschappelijk zinvolle activiteiten gericht op
arbeidsinschakeling of, als arbeidsinschakeling nog niet
mogelijk is, op zelfstandige maatschappelijke participatie;
tegenprestatie: in opdracht van het college
verrichten van onbeloonde maatschappelijk nuttige activiteiten
zoals bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel f van de IOAW
en artikel 37, eerste lid, onderdeel f van de IOAZ. De
tegenprestatie is niet gericht op deelname op de arbeidsmarkt
(arbeidsinschakeling).
activeringsperiode:
periode van 4 weken na een melding om een uitkering waarbij het
college een aantal specifieke verplichtingen oplegt gericht op
een zo snel mogelijke werkaanvaarding en/of het bevorderen van
de participatie.
grondslag: de grondslag (de hoogte van de
uitkering) bedoeld in artikel 5 van de IOAW of artikel 5 van de
IOAZ.
belanghebbende: de persoon die rechtstreeks
in zijn belang is getroffen door de maatregelverordening.