Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1:

Artikel 1:

Begripsbepalingen

Onderdeel van Maatregelenverordening IOAW en IOAZ 2015

In deze verordening wordt verstaan onder: IOAW: de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW); IOAZ: de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ): het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Delft; uitkering: de uitkering op grond van de IOAW of IOAZ; maatregel: het verlagen van de uitkering op grond van artikel 20, tweede lid van de IOAW of artikel 20, tweede lid van de IOAZ dan wel het weigeren van de uitkering zoals bedoeld in artikel 20, eerste lid IOAW of artikel 20, eerste lid IOAZ; arbeidsinschakeling: het verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een voorziening als bedoeld in artikel 34 van de IOAW of artikel 34 van de IOAZ; sociale activering: het verrichten van onbeloonde maatschappelijk zinvolle activiteiten gericht op arbeidsinschakeling of, als arbeidsinschakeling nog niet mogelijk is, op zelfstandige maatschappelijke participatie; tegenprestatie: in opdracht van het college verrichten van onbeloonde maatschappelijk nuttige activiteiten zoals bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel f van de IOAW en artikel 37, eerste lid, onderdeel f van de IOAZ. De tegenprestatie is niet gericht op deelname op de arbeidsmarkt (arbeidsinschakeling). activeringsperiode: periode van 4 weken na een melding om een uitkering waarbij het college een aantal specifieke verplichtingen oplegt gericht op een zo snel mogelijke werkaanvaarding en/of het bevorderen van de participatie. grondslag: de grondslag (de hoogte van de uitkering) bedoeld in artikel 5 van de IOAW of artikel 5 van de IOAZ. belanghebbende: de persoon die rechtstreeks in zijn belang is getroffen door de maatregelverordening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel